De brasem is een witvis die je in heel Nederland vangt: in de polder, in kanalen, op de rivier en in grote meren. Brasem vissen doe je met een feederhengel of een vaste stok, met voer en aas op de bodem. Op deze pagina lees je hoe je een brasem herkent en hoe hij verschilt van de kolblei. Je leest ook waar en wanneer je hem vangt, wat je mag meenemen, en hoe groot hij kan worden.
Herkenning
Een brasem met zijn uitgestulpte bek in de modderEen brasem herken je aan zijn hoge, platte lijf. Hij is van opzij sterk afgeplat, en zijn lijf is 30 tot 40 procent zo hoog als hij lang is. De kop is klein, en grotere brasems hebben vaak een knik achter de kop (Kennisdocument brasem). De bek zit onder aan de kop. De brasem kan hem als een slurf naar voren steken (Visionair). Zo haalt hij zijn eten uit de bodem; zie leefwijze. Brasem heeft geen baarddraden (Sportvisunie).
Kijk ook naar de aarsvin: de vin aan de onderkant, tussen de buikvinnen en de staart. Bij de brasem is die lang, soms een kwart van de lengte van het lijf. De rugvin is kort en driehoekig. Jonge brasems zijn zilvergrijs, bij oudere worden de flanken geelbruin of bronskleurig (Kennisdocument brasem). Een oude brasem kan donkergrijs tot donkerbruin zijn (RAVON). In de paaitijd krijgen de mannetjes kleine witte knobbeltjes op de kop en het lijf: de paaiuitslag (Kennisdocument brasem).
De brasem heeft ook volksnamen. Een jonge brasem heet bliek, en in Limburg heet een brasem briesem. Platte is ook een naam voor brasem, en een magere, slecht gevoede brasem heet scheerbliek (Kennisdocument brasem).
Hoe groot wordt een brasem?
In Nederland wordt een brasem meestal niet langer dan 60 centimeter (RAVON). Het Nederlands record is 77 centimeter; zie de records. Hoe snel hij groeit, verschilt sterk per water. In zijn eerste jaar wordt een brasem gemiddeld 5 tot 7 centimeter. Het kennisdocument van Sportvisserij Nederland geeft een maat voor gemiddeld goede groei. Een brasem is dan na 2 jaar 12 centimeter, en na 8 jaar 40 centimeter (Kennisdocument brasem). Onder de beste omstandigheden kan een brasem na 2 jaar al 20 centimeter zijn (Kennisdocument brasem). Op het IJsselmeer kan het nog sneller. De meeste brasems die beroepsvissers daar met staande netten vangen, zijn 2 jaar oud en al 28 tot 32 centimeter (CVO-rapport 2026).
Bij visstandonderzoek tellen en meten onderzoekers de vissen in een water. Zo hebben ze ruim 560.000 brasems gemeten. Van de ruim 100.000 brasems van 20 centimeter of langer was de middelste 36 centimeter. Ongeveer 1 op de 30 daarvan was 60 centimeter of langer, en maar 13 haalden de 70 centimeter. Hoe groot de grootste brasems ooit waren, lees je bij de records.
Zeebrasem, goudbrasem: zijn dat ook brasems?
Nee. Zeebrasems zijn een eigen familie van zeevissen, de Sparidae (Wikipedia). Daar horen de zeebrasem en de goudbrasem bij. De goudbrasem is een van de belangrijkste vissen in de viskweek in zout water (FishBase). De brasem hoort bij een heel andere groep, de karperachtigen (FishBase). Echte familie van de brasem is wel de kolblei (Kennisdocument kolblei); zie brasem of kolblei.
Brasem of kolblei?
Een kolblei: een groot oog, en oranjerood aan het begin van de borstvinVooral een jonge brasem lijkt sterk op een kolblei (RAVON). Ook de namen lopen door elkaar: in sommige streken heet een kolblei bliek, blei of platje (Kennisdocument kolblei). En de twee zwemmen vaak samen: kolbleien leven ook vaak in scholen brasem (Kennisdocument kolblei).
Kijk eerst naar het oog. Bij een brasem is het oog kleiner dan de afstand van het oog tot de punt van de bek (Sportvisunie). Bij een kolblei is het oog juist groter dan die afstand (Sportvisunie). Bij kleine vissen is dat verschil wel minder duidelijk (Kennisdocument brasem). Een kolblei heeft ook minder rijen schubben tussen de zijlijn en de rugvin (RAVON). De zijlijn is de lijn van stipjes die over de flank loopt.
Kijk dan naar de vinnen. Een kolblei heeft vaak rode plekken, vooral aan het begin van de borst- en buikvinnen (Kennisdocument kolblei). Bij een brasem zijn de borst- en buikvinnen lichtgrijs en de andere vinnen donkergrijs, zonder rood. Maar kleuren zijn geen harde kenmerken (Kennisdocument brasem). Biologen kijken ook naar de keeltanden, achter in de keel. Bij de brasem staan die in één rij (Kennisdocument brasem), bij de kolblei in twee (Kennisdocument kolblei).
Je hoort soms deze regel: bij de brasem reiken de borstvinnen tot voorbij het begin van de buikvinnen, en bij de kolblei niet. De bioloog Redeke heeft dat al lang geleden bij een groot aantal vissen nagemeten. Volgens zijn metingen gaat het kenmerk "volstrekt niet" op: er zijn brasems met kortere en met langere borstvinnen (Kennisdocument brasem).
Vang je in de grote rivieren een 'kleine brasem'? Kijk dan goed. In de Waal, de IJssel, de Lek en de Nederrijn zit vaak meer kolblei dan brasem. In grote plassen en meren is het juist andersom (Kennisdocument kolblei).
Kruisingen. Brasem kruist ook met andere vissen. De kruising van blankvoorn en brasem is in Nederland de meest voorkomende (Sportvisserij Nederland). Zo'n kruising heeft een kortere aarsvin dan een brasem, met 15 tot 18 zachte vinstralen. Dat zijn de dunne staafjes in de vin. De bioloog Heckel beschreef hem ooit als een aparte soort, Abramis leuckarti. De kruising had zelfs een volksnaam: amelom of amelong (Redeke, De Levende Natuur). Ook kruisingen van brasem en kolblei komen voor (Redeke, De Levende Natuur).
Brasemblei, donaubrasem en blauwneus. Ook deze vissen lijken op een brasem, maar je vangt ze zelden. De brasemblei heeft een kleine bek die schuin omhoog wijst, en een heel lange aarsvin met 37 tot 46 vinstralen (RAVON). De donaubrasem heeft ook een lange aarsvin, met 41 tot 48 vinstralen (RAVON). En de blauwneus is minder hoog gebouwd (RAVON) en heeft een vlezige, donkere neus (RAVON).
Leefwijze en paai
Een school brasem woelt de bodem omBrasems leven het grootste deel van hun leven in scholen. Na de paai valt een school uiteen in kleinere groepen van vissen van ongeveer dezelfde lengte en leeftijd. Alleen heel oude brasems leven in kleine groepjes of alleen (Deltares). Een oudere brasem zit overdag in dieper, open water, en 's nachts in de oeverzone. Dat zie je het duidelijkst in grotere wateren (Kennisdocument brasem).
Wat eet een brasem? Een jonge brasem filtert dierlijk plankton uit het water: kleine diertjes die in het water zweven (RAVON). Vanaf zo'n 2 centimeter eet hij ook kleine muggenlarven. Een brasem van drie jaar of ouder zoekt zijn eten meestal op diepere plekken. Hij eet dan muggenlarven, Tubifex-wormen (kleine rode wormpjes die in de modder leven), slakjes en kleine mosseltjes (Kennisdocument brasem). Grotere brasems eten soms ook kleine visjes (FishBase).
Een brasem zoekt zijn eten vooral op de tast. Met zijn gespierde bek haalt hij larven tot 10 centimeter diep uit de bodem. Hij staat dan bijna stil in het water, met zijn kop schuin naar beneden of bijna recht op de bodem. Met zijn uitgestulpte bek zuigt hij bodemmateriaal op, en dat stroomt door een fijne zeef in zijn kieuwen. Zo kan hij heel kleine stukjes voedsel opnemen (Kennisdocument brasem). Daarbij krijgt hij ook veel dood materiaal uit de bodem binnen. Dat kan 80 tot 90 procent zijn van wat er in zijn maag en darmen zit (Deltares). In het donker vindt een brasem zijn eten op de bodem net zo goed als in het licht (Kennisdocument brasem).
Paaiende brasems tussen het rietDe paai. Brasem paait in Nederland meestal van eind april tot half juni. Het water is dan zo'n 12 tot 20 graden, en de meeste brasem paait rond 16 tot 18 graden (Kennisdocument brasem). In meren en plassen trekken de brasems daarvoor vaak naar de vaarten en sloten eromheen. In rivieren paaien ze bij hoogwater ook op ondergelopen grasland (RAVON). Waterplanten zijn niet per se nodig: op het IJsselmeer paait brasem onder meer op de basaltblokken van de dijken (Kennisdocument brasem).
Op de paaiplaats houdt elk groot mannetje een eigen plekje van 1 tot 5 vierkante meter. Andere mannetjes jaagt hij weg. Een vrouwtje lokken ze door snel heen en weer te zwemmen. De paai gebeurt vooral bij rustig weer, 's avonds en 's nachts, met gespetter en trillende bewegingen. De eitjes zijn kleverig en lichtgeel, 1,5 tot 2 millimeter groot, en komen na 3 tot 13 dagen uit. Van de eitjes en larven blijft meestal maar 1 procent of minder in leven tot de visjes vrij kunnen zwemmen (Kennisdocument brasem).
Brasem wordt laat volwassen: meestal pas als hij 6 of 7 jaar oud is (Kennisdocument brasem). Op het IJsselmeer kan dat jonger. Daar is de helft van de brasems van 30 centimeter paairijp: oud genoeg om te paaien. Van de brasems van 2 jaar oud is 37 procent paairijp (CVO-rapport 2026). Een brasem kan ongeveer 15 jaar oud worden. Een enkele keer is er een brasem van 20 tot 26 jaar gemeld, en in Finland zelfs een van 32 jaar (Kennisdocument brasem).
Wie eet brasem? Roofvissen eten vooral jonge brasems, van 1 en 2 jaar oud. Denk aan snoek, snoekbaars, baars en aal. Snoeken kleiner dan 45 centimeter eten veel jonge brasem. Maar een brasem met zijn hoge lijf is moeilijk door te slikken. Vroeger dacht men dat een brasem van meer dan 20 centimeter nog maar weinig kans had om opgegeten te worden. Toch kan een aalscholver brasems van ruim 30 centimeter eten (Kennisdocument brasem). Vissers gebruiken brasem zelf ook als aas. Bij het vissen op meerval is een brasem vanaf zo'n 20 tot 25 centimeter in veel wateren de favoriete aasvis (meerval.nl).
Waar zit de brasem?
Brasem houdt van voedselrijke meren, kanalen en langzaam stromend water met een modderige bodem (Deltares), en van dieper, troebel water (Sportvisunie). Jonge brasem zoekt zijn eten vooral langs de oever, oudere brasem meer op de diepere delen (Deltares). Op het IJsselmeer, het Markermeer en het IJmeer kiest brasem liever een modderige bodem, terwijl baars en snoekbaars juist zand opzoeken (Sportvisunie).
Kanalen. Langs de kant van een kanaal loopt de bodem schuin naar beneden: het talud. Grote kanalen, zoals het Amsterdam-Rijnkanaal, hebben vaak twee van die hellingen onder elkaar. De witvis zit vaak op de eerste of de tweede. Ook splitsingen en havenmondingen zijn goede plekken (Sportvisunie). Zoek met een peilloodje de onderkant van het talud op; daar vang je vaak de meeste witvis (Sportvisunie).
Rivieren. Op de rivier zit witvis vaak op de grens van stromend en stil water: de stroomnaad. Die vind je achter de kop van een krib, bij brugpijlers en bij havenmondingen. Een krib is een dam van stenen die de rivier in steekt. Bij hoog water ligt de witvis soms diep in de kribvakken, de stukken water tussen twee kribben (Sportvisunie). In een aflevering van VIS TV op de Eem lagen veel brasems eerst in een ondiepe, plantenrijke zijarm. Toen dat water na buien was afgekoeld, vonden de vissers grote brasems azend in een diepe buitenbocht met stroming (Sportvisunie).
Zandwinplassen. In plassen die zijn ontstaan door zandwinning zwemt veel witvis. Je vindt hem daar vaak op de helling, tussen 3 en 6 meter diep. Het water is er meestal helder, dus vis zo licht mogelijk (Sportvisunie).
Polder en stad. Met een vaste stok hoef je vaak niet ver van huis. Een vijver, singel, sloot of kanaal in je eigen buurt kan al goed zijn. Goede plekken bieden beschutting, voedsel en diepte. Denk aan de randen van waterplanten, bruggen en duikers, kruisingen van sloten, en kades en damwanden (Sportvisunie).
Instromend water. Bij een gemaal, een stuw of een buis waar koelwater uit komt, stroomt water in. Dat trekt witvis aan, want het voert voedsel aan, en koelwater is ook nog warmer. Je treft er vaak ook grote brasems (Sportvisunie). Maar op een aantal wateren is vissen bij gemalen en stuwen verboden; zie de regels.
In de winter zoekt witvis dieper water op. Dan zijn jachthavens goede plekken: daar is het diep, en de boten geven beschutting. Vis dicht tegen de steigers en de boten aan, en zoek de diepste plekken op (Sportvisunie).
Brasem vissen door het jaar
Verderop op deze pagina staat de grafiek met seizoenspatronen. Die laat per maand zien hoe vaak een gemelde vangst op mijnvismaat.nl een brasem is, vergeleken met het jaargemiddelde.
Voorjaar. In het voorjaar ligt de witvis vaak wat ondieper dan in de winter (Sportvisunie). Dan trekken de scholen brasem naar de plekken waar ze paaien. De paai begint meestal eind april en loopt door tot half juni. Wanneer precies, hangt af van de watertemperatuur (Deltares). Wat er dan gebeurt, lees je bij leefwijze en paai.
Zomer. Na de paai valt de grote school uiteen in kleinere groepen van ongeveer dezelfde lengte en leeftijd. De volwassen brasems zitten dan vooral in open water (Deltares). Op een groot water met veel grote witvis kan stevig voeren dan werken. Herwin Kwint raadt het aan voor het Lauwersmeer, vooral in de warmere maanden. Begin je stek dan met vijf tot tien extra grote voerkorven, tot de rand gevuld (Sportvisunie).
Winter. In de winter zoekt witvis het diepere water op; zie waar zit de brasem. Met een banjofeeder voer je weinig en precies. Volgens Sportvisunie is die zeer geschikt bij koud water, maar wel op vrij ondiep water, tot zo'n 1,5 meter. Een madenfeeder geeft de maden langzaam af. Die is ideaal in de koude maanden, of als de vis weinig zin heeft om te azen. Hij is vooral bedoeld voor dicht bij de kant (Sportvisunie).
Vistechnieken en materiaal
Feedervissen op brasem: voerkorf, onderlijn en aasBrasem vang je op twee manieren: met een feederhengel of met een vaste stok. Bij allebei draait het om hetzelfde. Je lokt de vis met voer naar één plek, en daar ligt je aas op de bodem.
Feedervissen. Kies een feederhengel van 3,5 tot 4 meter. Op stilstaand of licht stromend water vis je met een lichte of medium hengel, op de rivier met een zwaardere. Je zet er een werpmolen op met een lijnclip op de spoel (Sportvisunie). Aan de lijn hangt een voerkorf: een korfje met voer, met de haak er een stukje achter. De korf brengt het voer naar de bodem, vlak bij je aas. De hengel ligt op een steun, en een aanbeet zie je aan de gevoelige top (Sportvisunie).
Voor stilstaand water kies je een korf van 20 tot 40 gram, bij stroming tot 80 gram. Neem altijd loodvrije voerkorven. De onderlijn is 60 tot 100 centimeter lang en ongeveer 0,12 of 0,14 millimeter dik. Er zit een haakje aan van maat 12 tot 18 (Sportvisunie). Let op: hoe hoger het getal, hoe kleiner de haak (Sportvisunie).
Zo bouw je je stek op. Werp eerst vier of vijf korven met alleen voer op dezelfde plek, en trek ze op de bodem met een ruk leeg. Op stromend water doe je dat zes of zeven keer. Daarna vis je met onderlijn en aas. Clip je lijn na de eerste worp in de lijnclip, dan landt elke korf op precies dezelfde afstand. Tikjes op de top betekenen dat de vis je aas gevonden heeft. Buigt de top echt door, dan zet je de haak met een flinke haal naar achteren. Verwacht je grote vis, of vis je op stromend water? Zet dan je slip goed af, en zorg dat je weet hoe je veilig met de lijnclip vist (Sportvisunie).
Op de rivier heb je zwaarder materiaal nodig. Feederspecialist Levi van Delft vist daar met een hengel van minstens 4 meter, met een werpgewicht van 100 tot 120 gram. Hij begint met een onderlijn van 80 centimeter. Mist hij aanbeten, dan kort hij die in tot 50 centimeter (Sportvisunie).
Met de vaste stok. Een vaste stok is een lange hengel zonder molen: je vist dicht bij de kant, met een dobber. Brasem zoekt zijn voedsel in de bodem, dus vis je met je aas op de bodem. Volgens Sportvisunie vang je brasem dan met lijn van 14/00 nylon (0,14 millimeter) en een haak van maat 14 tot 22 (Sportvisunie). Meet eerst de diepte met een peilloodje. Stel de dobber zo af dat het aas precies op de bodem ligt (Sportvisunie).
Voer. Voor de vaste stok maak je voer van meel, zoals broodmeel, koekjesmeel en kokosmeel. Doe er maden of mais door. Maak het zo nat dat je er ballen van kunt knijpen, zo groot als een mandarijn. Gooi het voer recht onder je hengeltop, en voer om de tien minuten een klein beetje bij (Sportvisunie). Voor de feeder kun je kant-en-klaar brasemvoer kopen, en daar maden, casters of mais door doen (Sportvisunie). Voer niet te veel, dan blijft de vis azen zonder dat hij vol zit (Sportvisunie). Op sommige wateren is voeren beperkt, mag het alleen met een voerkorf, of is het helemaal verboden; kijk in de regels.
Aas. Grote witte maden zijn het beste aas voor allerlei witvis. Casters, verpopte maden, vangen vooral grotere vissen. Een mestpiertje lokt brasem sterk; zet er een made achter, dan kruipt de worm niet van de haak. Mais werkt heel selectief op grote brasem. Pakken kleine visjes steeds je aas, vis dan met mais en laat de maden uit je voer (Sportvisunie). Ook wormen leveren vaak grote brasems op (Sportvisunie). Gekleurde maden of wormen mag je met de VISpas niet eens bij je hebben (VISpas-voorwaarden).
Regels voor brasemvissen
Voor brasem is er geen gesloten tijd en geen minimummaat. De wet noemt brasem in geen van beide lijsten (Uitvoeringsregeling visserij, artikel 5b en 5c). Volgens de wet mag je dus het hele jaar op brasem vissen. Voor de meeste binnenwateren heb je wel de VISpas nodig. Samen met de lijst van viswateren is dat je vergunning. De voorwaarden van de VISpas voegen eigen regels toe aan de wet.
Mag je brasem meenemen?
Op de meeste wateren wel. Brasem is geen vis die je altijd moet terugzetten, zoals karper en aal dat met de VISpas wel zijn. Maar je mag een vis alleen houden om zelf op te eten, om als aasvis te gebruiken, of om hem een tijdje levend te bewaren. Verkopen mag nooit (VISpas-voorwaarden). De VISpas-voorwaarden zeggen er zelf bij: het uitgangspunt is dat je een vis terugzet. En op sommige wateren is vis meenemen helemaal verboden. Dat staat bij dat water in de lijst van viswateren (Gezamenlijke Lijst), en ook in de VISplanner. Of brasem lekker is om te eten, lees je bij In Nederland.
Hoeveel brasems mag je meenemen?
Met de VISpas mag je in totaal hoogstens 15 vissen bij je hebben, waarvan hoogstens 5 groter dan 25 centimeter. Dat geldt voor alle soorten samen. Van de brasems groter dan 25 centimeter mag je er dus hoogstens vijf houden. Een vis om op te eten, dood je meteen na de vangst met een flinke tik op de kop. Meer vissen mag je alleen tijdelijk levend bewaren, volgens de regels voor het leefnet (VISpas-voorwaarden). Op sommige wateren mag je minder vis meenemen, of helemaal geen (Gezamenlijke Lijst).
Mag je brasem in een leefnet bewaren?
Ja, maar met de VISpas alleen zo:
- alleen van zonsopkomst tot zonsondergang;
- in een leefnet van zacht, knooploos materiaal, met mazen van hoogstens 6 millimeter;
- het net is minstens 2,5 meter lang, met een doorsnede van minstens 40 centimeter;
- het ligt zo veel mogelijk horizontaal in het water, en minstens voor driekwart onder water;
- stroming en golven mogen de vis niet beschadigen, en de vis heeft genoeg ruimte en zuurstof;
- een gewonde of verzwakte vis hoort niet in het leefnet;
- daarna gaat de vis levend terug in hetzelfde water.
Een levende vis van meer dan 30 centimeter mag je alleen in een leefnet, bewaarzak of sling bewaren, niet in een emmer of bak. Vraagt een handhaver, zoals een boa, of een controleur het, dan zet je de vis meteen terug (VISpas-voorwaarden). Op sommige plekken is een leefnet helemaal verboden; gemeenten doen dat om stroperij tegen te gaan (Sportvisunie). Hoe je een leefnet goed gebruikt, lees je bij terugzetten.
Mag je een brasem als aasvis gebruiken?
Ja. Met de VISpas mag je een vis houden om als aasvis te gebruiken. Tel hem wel mee: ook aasvissen horen bij de hoogstens 15 vissen die je bij je mag hebben. Een aasvis mag je levend bewaren als hij genoeg zuurstof en ruimte heeft. Ook dan gelden de regels voor het bewaren. Dat mag alleen van zonsopkomst tot zonsondergang. En een levende vis van meer dan 30 centimeter mag alleen in een leefnet, bewaarzak of sling. Voor je met een aasvis vist, dood je hem met een flinke tik op de kop. Wat je overhoudt aan levende aasvissen, zet je terug in het water waar ze vandaan komen (VISpas-voorwaarden). Vissen met een levend visje is verboden (Gezamenlijke Lijst). In het voorjaar mag je op de meeste binnenwateren een tijd lang ook niet met een dood visje vissen. Hoe lang, lees je hieronder bij april en mei.
En bij een viswedstrijd?
Een wedstrijd mag alleen met schriftelijke toestemming van wie het visrecht heeft. Zo'n wedstrijdtoestemming kan ook toestaan dat het leefnet na zonsondergang nog in het water ligt. Meedoen aan een wedstrijd waarbij de gevangen vis wordt meegenomen om de uitslag te bepalen, mag nooit. Is er langs een water een wedstrijd uitgezet? Dan houd je dat stuk vrij. Zit je er al, dan maak je het vrij. Soms geldt dat voor het hele water, met de oevers aan beide kanten. Dat hangt af van de wedstrijd en van hoe breed het water is (VISpas-voorwaarden). Bij de feederwedstrijden van de Sportvisunie gaat alle vis na het wegen direct terug in het water (Sportvisunie).
Met hoeveel hengels mag je vissen?
Met de VISpas mag je met twee hengels vissen, met elk hoogstens drie haken. Op sommige wateren geldt iets anders; dat staat bij het water in de lijst. Met de Derde Hengeltoestemming mag het op sommige wateren met drie. De buitenste hengels staan hoogstens 10 meter uit elkaar. Naast je hengels mag je drie topsets klaar hebben liggen: de bovenste delen van een vaste stok, zodat je snel kunt wisselen. En een hengel met aas laat je nooit onbeheerd achter (VISpas-voorwaarden).
Mag je 's nachts op brasem vissen?
Alleen met toestemming van wie het visrecht heeft. Met de landelijke NachtVIStoestemming op je VISpas mag het op de wateren die in de lijst een maantje hebben. De nacht loopt dan van twee uur na zonsondergang tot een uur voor zonsopkomst (VISpas-voorwaarden). Op een paar wateren verbiedt de wet nachtvissen helemaal, ook met toestemming. Het IJsselmeer is er een van (Uitvoeringsregeling visserij, artikel 24 en bijlage 2), en voor die regel horen het Markermeer en het IJmeer bij het IJsselmeer (Reglement voor de binnenvisserij, artikel 1). En na zonsondergang mag je met de VISpas geen vis meer in een leefnet bewaren.
Mag je in april en mei op brasem vissen?
Ja. Wel mag je op de meeste binnenwateren een tijd lang niet met alle soorten aas vissen. Van 1 april tot de laatste zaterdag van mei zijn kunstaas, een dood visje, een stukje vis en slachtproducten zoals vlees verboden. Alleen kunstvliegjes kleiner dan 2,5 centimeter mogen (Gezamenlijke Lijst). In de wet zelf loopt dit verbod tot en met 31 mei (Reglement voor de binnenvisserij, artikel 6). De uitzondering vanaf de laatste zaterdag van mei noemt alleen snoek, snoekbaars en baars (Uitvoeringsregeling visserij, artikel 61). Op het IJsselmeer, het Markermeer, het IJmeer en de Oostvaardersdiepen duurt het met de VISpas langer: van 16 maart tot en met 30 juni (Gezamenlijke Lijst). Maden, casters, wormen, mais en brood vallen niet onder het verbod. Op een aantal wateren gelden langere of strengere regels; die staan bij het water in de lijst. Met de VISpas mag je van 1 april tot de laatste zaterdag van mei ook niet zo vissen dat je waarschijnlijk snoekbaars vangt. Denk aan actief vissen met een dropshot of een jigkop met wormen. Witvissen met stil liggend aas mag wel, schrijft de toelichting (VISpas-voorwaarden).
Waar mag je niet vissen?
Bij een gemaal of een stuw trekt instromend water vaak witvis aan; zie waar zit de brasem. Maar op een aantal wateren mag je daar niet vissen: niet binnen 10, 50 of 100 meter van een gemaal, stuw of sluis. Dat staat bij het water in de lijst van viswateren (Gezamenlijke Lijst). Op de Nederrijn, de Maas, de Lek en de Overijsselse Vecht verbiedt ook de wet het vissen bij een stuw, zolang die in werking is. Je mag dan niet vissen binnen 75 meter stroomafwaarts van de stuw. Ook niet in een vispassage bij de stuw: een doorgang waardoor vissen langs de stuw kunnen zwemmen. En ook niet binnen 25 meter van de bovenste opening van die vispassage (Uitvoeringsregeling visserij, artikel 28c). Kijk altijd in de VISplanner. Daar staan ook de regels van een water voor voeren. Op sommige wateren is voeren beperkt, mag het alleen met een voerkorf, of is het helemaal verboden (Gezamenlijke Lijst).
Brasem onthaken en terugzetten
Zo ligt een leefnet goed: aan de kant begint het boven water, en dan loopt het met de oever mee het water inEen grote brasem land je altijd met een schepnet. Pak een vis altijd met natte handen vast. Zo beschadig je de slijmlaag niet, en die beschermt de vis tegen parasieten en ziektes. Houd bij het onthaken de lijn strak, en duw de haak met een hakensteker voorzichtig uit de bek. Zit de haak diep in de keel, knip dan de lijn zo kort mogelijk af en zet de vis terug (Sportvisunie). Voor grotere vissen gebruik je een onthaakmat (Sportvisunie). Houd een vis zo kort mogelijk uit het water, en onthaak hem het liefst in het water (Gezamenlijke Lijst).
Een leefnet goed gebruiken. Uit onderzoek blijkt dat een leefnet niet per se slecht is voor de vis. Maar hoe minder je met een vis doet, hoe kleiner de kans op schade. Gebruik een leefnet dus alleen als het echt nodig is. Leg het zo veel mogelijk onder water, liefst horizontaal gestrekt en niet rechtop. Zorg dat de golven er geen vat op krijgen. Laat de vis er zo kort mogelijk in, stop er niet te veel vis in, en maak het net voorzichtig leeg (Leefnetcode, Sportvisunie). Wat de VISpas over het leefnet zegt, lees je bij de regels.
Bij een wedstrijd moet de vis bij het wegen en terugzetten heel blijven. Zorg voor genoeg weegpunten, en houd de vis niet te lang in de lucht. Zet hem zo dicht mogelijk terug bij de plek waar hij gevangen is (Gezamenlijke Lijst).
Zet een vis alleen terug in het water waar je hem gevangen hebt. Een gevangen vis, dood of levend, kan gevaarlijke visziektes verspreiden (Gezamenlijke Lijst).
De grootste brasem ooit gevangen
Het Nederlands record brasem is 77 centimeter. Edwin Welhuis ving hem in augustus 2017. Het wereldrecord is een brasem van 6,01 kilo. Luis Kilian Rasmussen ving hem in 1984 in Zweden. De langste brasem die we als record op een landenlijst vonden, is 81 centimeter: het Zwitserse record uit 2022.
36 cm Een doorsnee brasem: de middelste van ruim 100.000 brasems vanaf 20 cm die bij visstandonderzoek zijn gemeten
75 cm De langste van ruim 560.000 brasems die bij visstandonderzoek zijn gemeten
77 cm Nederlands record (2017)
81 cm De langste die we als record op een landenlijst vonden (Zwitserland, 2022)
Nederlands record
77 cm
Edwin Welhuis ving deze brasem op 13 augustus 2017 (Nederlandse recordlijst). De lijst kijkt alleen naar lengte en rondt naar beneden af op hele centimeters (Sportvisunie). Op de lijst staat hij met 77 cm, en met zijn gewicht: 7,28 kilo. Welhuis ving de brasem bij het karpervissen, in een betaalwater bij Enschede. De lengte werd afgelezen op een opblaasbare onthaakmat, en daarna ging de vis meteen terug (Beet). In het verhaal zelf heet hij Veldhuis; de recordlijst schrijft Welhuis.
Daarvoor was het record 75 centimeter. Johan Westrik ving zo'n brasem in 2002, en Jeroen Blom in 2015. Er stond toen ook een zwaardere brasem op de lijst: 9,1 kilo en 72 centimeter. Koen van Goor ving hem in 2014 (Beet, archief). In 2017 werd de lijst vernieuwd, en twijfelachtige oude records werden streng bekeken (Sportvisserij Nederland). Nu kijkt de lijst alleen naar lengte. Volgens het betaalwater zwemmen er allebei de recordbrasems: die van 77 centimeter, en die van 9,1 kilo van de oude lijst (Fishing Adventure).
Wereldrecord
6,01 kg
De IGFA, de internationale organisatie voor hengelrecords, houdt het wereldrecord bij. Luis Kilian Rasmussen ving de brasem van 6,01 kilo op 11 mei 1984 in de Hagbyån, een riviertje in Zweden. IGFA noemt alleen het gewicht. Een lengterecord voor brasem heeft IGFA niet.
Op landenlijsten staan veel zwaardere brasems dan het wereldrecord. De zwaarste die we vonden, is het Britse record: 10,29 kilo. Scot Crook ving hem in 2012 in Ferry Lagoon, in Engeland (Britse recordlijst). Ook de Nederlandse recordbrasem woog meer dan het wereldrecord: 7,28 kilo. Bij IGFA staan die vissen niet. Een vis komt alleen op de lijst van IGFA als hij daar is aangemeld en goedgekeurd.
Langste op een landenlijst
81 cm
De langste brasem die we als record op een landenlijst vonden, is 81 cm lang en 6,9 kilo zwaar. Hij staat op de Zwitserse recordlijst van het hengelsportblad Petri-Heil. Marco Rigassi ving hem op 4 augustus 2022 in de Greifensee. Hij viste met een dropshot op baars, en dacht eerst dat hij een snoek had gehaakt. De brasem nam hij mee om te grillen. Hoe de lijst lengte meet, staat er niet bij. Bijna even lang is het Zweedse record: 80 cm en 8,7 kilo, in 2022 gevangen door Andreas Åkerlund. Volgens de Zweedse lijst is die brasem de laatste jaren gegroeid, en brak hij al een paar keer zijn eigen gewichtsrecord (Sportfiskarna).
Heinz Machacek houdt ook de Oostenrijkse recordlijst bij, en hij heeft een eigen lijst van wereldrecords. Daarop staat als langste hengelvangst een brasem van 89 centimeter, zonder naam van een visser of water. De Britse recordbrasem was volgens hem langer dan 86 centimeter; de Britse lijst noemt alleen het gewicht (fishing-worldrecords.com).
Bovenaan deze pagina staan 82 cm en 6 kilo als grootste lengte en gewicht. Die getallen komen van FishBase, een grote databank over vissen. De 82 cm komt uit een Fins boek. Het gaat om een brasem uit 1912 uit het meer Vesijärvi, met een gewicht van 1,2 kilo (FishBase). Die twee getallen passen niet bij elkaar: de Nederlandse recordbrasem was korter en woog 7,28 kilo. Machacek noemt een brasem van 11,5 kilo uit hetzelfde meer en hetzelfde jaar. Die zet hij bij de vissen die niet met een hengel zijn gevangen (fishing-worldrecords.com). De 6 kilo van FishBase komt uit een lijst van IGFA-wereldrecords uit 1991: het gewicht van het wereldrecord, afgerond (FishBase). Op de Nederlandse Wikipedia staat dat een brasem 90 centimeter kan worden, en dat een Duitse recordvis uit 2000 85 centimeter lang was. Daar staat geen bron bij.
Records per land
Elk land houdt een eigen lijst bij, met eigen regels. De ene lijst kijkt naar lengte, de andere naar gewicht. De getallen zijn dus niet altijd te vergelijken.
| Land | Record | Visser | Water | Datum | Lijst |
|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | 7,28 kg · 77 cm | Edwin Welhuis | — | 13 aug 2017 | Sportvisunie |
| Denemarken | 8,20 kg | Peter Juul Hansen | een meer in Jutland | 16 apr 2007 | Danske Fiskerekorder |
| Denemarken | 75 cm | Klaus Vestergaard | een kleiput | 20 mei 2024 | Danske Fiskerekorder |
| Duitsland | 8,20 kg | J. Covali | een water bij Krefeld | 6 mei 2009 | Fisch & Fang |
| Duitsland | 8,20 kg | C. Clasen | een baggerplas bij Nienburg | 2017 | Fisch & Fang |
| Hongarije | 7,25 kg | Meskó Gábor | de Rába bij Szentgotthárd | 14 aug 2024 | MOHOSZ |
| Ierland | 6,07 kg | Bryan Robinson | Ballywillan Lough Fisheries (County Down, Noord-Ierland) | 24 jun 2012 | ISFC |
| Letland | 6,70 kg | M. Bremze | Daugava | 2021 | LMSF |
| Noorwegen | 6,01 kg | Morten Martiniussen | Sarpsborg | 8 mei 2023 | Villmarksliv |
| Oostenrijk | 7,22 kg · 77 cm | Matthias Krassnitzer | Goggausee (Karinthië) | 2018 | Rekordfische Österreich |
| Polen | 7,52 kg · 76,5 cm | Rafał Rajm | — | 2021 | Wiadomości Wędkarskie |
| Verenigd Koninkrijk | 10,291 kg (22 lb 11 oz) | Scot Crook | Ferry Lagoon (Cambridgeshire) | 2012 | BRFC |
| Zweden | 8,70 kg · 80 cm | Andreas Åkerlund | Rögle dammar (Skåne) | 19 mei 2022 | Sportfiskarna |
| Zwitserland | 6,90 kg · 81 cm | Marco Rigassi | Greifensee | 4 aug 2022 | Petri-Heil |
Een streepje betekent dat de lijst het niet vermeldt. Gecontroleerd op 17 oktober 2026. Een record kan elk moment worden verbroken. Daarom controleren we deze lijsten minstens één keer per jaar.
In Nederland
De brasem hoort van nature in Nederland thuis (Nederlands Soortenregister). Hij leeft in bijna elk soort water, behalve in kleine, ondiepe en heldere wateren, zoals beekjes op de hogere zandgronden (RAVON). In 2008 was de brasem na de blankvoorn en de baars de meest algemene vis van ons land (Visionair). Op de Rode Lijst van de IUCN staat hij als niet bedreigd (Least Concern) (FishBase). Bij sportvissers is hij erg populair, maar voor beroepsvissers is hij weinig waard (Deltares). Een volwassen brasem kan tegen brak water: een mengsel van zoet en zout water. Maar zijn eitjes sterven al bij veel minder zout (Kennisdocument brasem). In de Zuiderzee zag de bioloog Redeke nooit een brasem, maar in het zoetere IJsselmeer kwam hij in zijn tijd wel voor (Kennisdocument brasem).
Wat is 'verbrasemd' water?
Brasem is een typische vis van water met heel veel voedingsstoffen, weinig waterplanten onder water en een blauwalgenbloei die blijft. In zulk water kan brasem meer dan de helft van alle vis zijn, gemeten in kilo's. Er zitten dan vaak heel veel brasems, maar ze groeien slecht. 350 kilo brasem per hectare is daar geen uitzondering. Zulk water heet 'verbrasemd' (Deltares). Het kennisdocument van Sportvisserij Nederland beschrijft ook een viswatertype dat naar de brasem heet: het brasem-snoekbaarstype. Daar zijn bijna geen waterplanten. In de ondiepe wateren van dit type kun je van mei tot en met september vaak niet verder dan 10 centimeter in het water kijken. Van de witvis is er vaak 90 procent of meer brasem (Kennisdocument brasem).
Ons eigen onderzoek ziet het ook: bij visonderzoek vangen onderzoekers brasem vaker in groen, troebel water. Hoe we dat hebben gemeten, lees je in het Lab, bij waterkwaliteit en vis.
Maakt brasem het water troebel?
In de jaren tachtig gingen onderzoekers ervan uit dat brasem troebel water in stand houdt. Het idee was dat kleine brasems de watervlooien opeten, die anders de algen uit het water halen. Ook dachten ze dat oudere brasems de bodem omwoelen, zodat er geen waterplanten kunnen groeien (Visionair). Een proef met zestien kleine vijvers liet zien hoeveel slib dat woelen kan opleveren. Per 100 kilo brasem per hectare kwam er elke dag 46 gram slib per vierkante meter in het water. En het effect van brasem was twee keer zo groot als dat van karper (Breukelaar e.a.).
Daarom probeerde men op veel plekken in Nederland een meer helder te krijgen, door brasem en andere vis weg te vangen. Dat heet actief biologisch beheer. In de plas Zwemlust is in 1987 alle vis weggevangen die van plankton of van de bodem leeft. Dat was zo'n 1000 kilo per hectare. Daarna werden er snoek en ruisvoorn uitgezet. In 1988 was de helft van de bodem begroeid met waterplanten, en in 1989 80 procent (Van Donk e.a.). Maar door de vele voedingsstoffen bleef het water niet helder. In 1999 is er opnieuw vis weggevangen, vooral ruisvoorn (KNAW).
In het Duinigermeer in Noordwest-Overijssel werd ruim 119 van de 150 kilo vis per hectare weggevangen, vooral brasem en blankvoorn. In het voorjaar van 1993 kon je overal in het meer de bodem zien. In mei stond de helft vol kranswier (een wier dat op de bodem groeit). In het voorjaar van 1994 was het water weer helder, maar er kwam bijna geen kranswier terug. Volgens het onderzoek speelden daarbij drie dingen mee. Het voorjaar was kouder dan in 1993, en de zon scheen minder. Begin mei werkte de elektrische visafsluiting niet, en een passerende boot beschadigde de vangkamer. Daardoor zwom er veel brasem het meer in. En de wind bracht de slibbodem in beweging. Dat jaar kwamen er ook veel jonge brasems en blankvoorns bij. Eind 1994 was er weer bijna net zoveel vis als vroeger (Witteveen+Bos).
Een onderzoek naar 18 Nederlandse meren vond alleen duidelijk effect als er 's winters meer dan 75 procent van de vis werd weggevangen. En van zes heldere meren die langer gevolgd zijn, werd het water in vier na vier jaar weer troebeler (Meijer e.a.). Een overzicht van meer dan 70 projecten in Denemarken en Nederland kwam tot dezelfde les. Meestal werd het water binnen 10 jaar weer troebel, behalve als er opnieuw vis werd weggevangen. Over zo'n lange tijd waren er wel maar van een paar meren gegevens (Søndergaard e.a.). Sportvisserij Nederland wijst er wel op dat niet de brasem het water slechter maakte. De oorzaak was de overmaat aan voedingsstoffen in het water (Visionair).
Het Veluwemeer en het IJsselmeer
Op het Veluwemeer werd het water wel helder. Daar visten beroepsvissers vijf jaar lang veel brasem weg, van zo'n 100 naar 20 kilo per hectare. Daarna groeiden de velden kranswier, werd het water helderder en kwamen er meer driehoeksmosselen (Lammens e.a.). De omslag in 1996 hing samen met die visserij op brasem (Noordhuis e.a.). Hoe dat meer veranderde, lees je op de pagina van het Veluwemeer.
Op het IJsselmeer nam de brasem sterk af: in de jaren tachtig en negentig, en daarna nog eens rond 2005 (Wageningen Marine Research). Sinds 2006 vingen onderzoekers op het IJsselmeer en het Markermeer weinig paairijpe brasem, en in 2014 en 2015 zelfs geen enkele (CVO-rapport 2026). In 2021 schreef de minister dat het met de brasem zo slecht ging dat snel ingrijpen nodig was. Voor herstel van de brasem was het advies van de wetenschappers om helemaal geen brasem meer te vangen. Op verzoek van de Tweede Kamer volgde de minister dat advies niet. Een beperkte visserij met de zegen, een groot net, bleef mogelijk. Voor een gedeeltelijk herstel adviseerden de wetenschappers hoogstens 20 ton brasem per seizoen. In het seizoen 2019/2020 brachten vissers 146 tot 175 ton aan land. Daarom bracht de minister het aantal dagen dat een zegenvisser mag vissen, terug naar twee (Tweede Kamer). Dat gold vanaf het seizoen 2021/2022; eerder waren het er 7 per vergunning (CVO-rapport 2026). De meeste visserij op brasem daar is bedoeld om levende brasem in andere wateren uit te zetten (Wageningen Marine Research).
In 2024 was de hoeveelheid paairijpe brasem in het onderzoek ineens weer zo hoog als in de jaren negentig. Maar dat kwam vooral door één trek van het net, met heel veel grote brasems. In 2025 lag het weer lager, al was het nog steeds hoger dan in de jaren 2006 tot en met 2023. Brasems van 40 centimeter en groter zijn er nog niet zoveel als in de jaren negentig (CVO-rapport 2026). Meer over het IJsselmeer lees je op de pagina van het IJsselmeer.
Worden brasems groter?
Op veel wateren in ons land worden de brasems tegenwoordig steeds groter, schrijft Sportvisunie. Er zijn vissers die gericht op grote brasem vissen, soms van meer dan 70 centimeter (Sportvisunie). Waar heel veel brasem zit, is er weinig voedsel per vis. Wordt de brasemstand dunner, dan kan er meer voedsel per vis zijn, en dan kunnen ze sneller groeien (Deltares). Of dat ook de reden is dat de brasems nu groter worden, staat er bij Sportvisunie niet bij.
Kun je brasem eten?
Dat kan, maar in Nederland is brasem als eten weinig geliefd. Hij heeft veel graten en smaakt vaak naar de bodem. In de jaren tachtig probeerde men Nederlanders meer brasem te laten eten. Zo hoopte men de groei van de brasemstand tegen te gaan. Zelfs recepten voor viskoekjes van brasem konden hen niet overtuigen. In Oost-Europa denken ze daar heel anders over, en in 2008 aten mensen hier op kleine schaal wel gerookte brasem (Kennisdocument brasem). Vroeger was dat hier ook anders. In 1765 schreef de natuurkenner Martinus Houttuyn dat brasem, gebraden of gestoofd, in de winter "een aangenaam Geregt" was (Kennisdocument brasem).
Het Voedingscentrum raadt af om regelmatig zelfgevangen zoetwatervis uit Nederlandse wateren te eten, zoals paling, baars en forel (Voedingscentrum). Volgens de Rijksoverheid krijg je dan te veel PFAS binnen (Rijksoverheid). Brasem staat daar niet apart bij, maar het advies gaat over zelfgevangen zoetwatervis in het algemeen. Wat je met de VISpas mag meenemen, lees je bij de regels.
Wat onze modellen laten zien over Brasem
Hieronder staat wat onze modellen in de data zien. Het zijn verbanden: waar het één voorkomt, komt het ander vaker voor. Dat is geen oorzaak. Elk model beantwoordt één vraag en mag niet meer zeggen dan het gemeten heeft. Het label bij de kop zegt welke vraag — en hoe zeker het antwoord is.
Waar er veel van zitten Groep, geen volgorde Zwak model
Kiezelwieren (Bacillariaceae)Bij veel brasem horen kiezelwieren uit de familie Bacillariaceae. In onze data is dat vooral Nitzschia palea, een soort die goed tegen vervuiling kan. Daar horen ook watermijten (Limnesiidae), raderdiertjes (Synchaetidae) en groenwieren uit de familie Scenedesmaceae bij.
Dat past bij wat er over brasem bekend is. In troebel water kan brasem in grote aantallen voorkomen. Minder brasem tellen we waar Pedinellaceae, Cyanothrichaceae of Treubariaceae het beeld bepalen, en waar we karperluizen (Argulidae) vinden.
Waar ze groot worden Sterk model
Kranswieren (Characeae)Dit model telt alleen brasem vanaf 14 centimeter mee: 248.759 gemeten vissen. Jonge vis laat het buiten beschouwing. Het wijst duidelijk één kant op. Waar kranswieren (Characeae) groeien, is de brasem gemiddeld groter. Waar het kiezelwier Aulacoseira granulata het beeld bepaalt, juist kleiner.
Die twee staan lijnrecht tegenover elkaar. Kranswieren groeien in heel schoon, hard water en verdwijnen zodra er te veel fosfaat en stikstof in komt. Aulacoseira granulata hoort juist bij water met veel voedingsstoffen en organisch materiaal.
Dat levert de interessantste uitkomst van deze pagina op. Het water met de mééste brasem is niet het water met de gróótste brasem. Brasem staat bekend als een vis van troebel, voedselrijk water, en in aantallen klopt dat. Maar groot worden ze eerder in helder water met kranswieren.
Er staat nog iets bovenaan dit model: kolblei, bij kléinere brasem. Dat kan ecologisch zijn. Maar het kan ook aan de herkenning liggen: brasem is juist als jonge vis makkelijk te verwarren met kolblei. In water met veel kolblei is niet elke kleine 'brasem' per se een brasem. Welke van de twee het is, kunnen wij niet zien.