We zijn de vangstverwachting aan het uitbreiden. Weer vertelt veel — waterpeil, wind, temperatuur — maar niet alles. De vis leest ook de klok: het uur van de dag, het seizoen, de maanstand. De meeste van die temporele signalen zijn klein zolang je alle soorten op één hoop gooit. Maar splits je per soort, dan valt er één ding op dat te mooi is om te laten liggen: paling en snoekbaars staan aan tegenovergestelde kanten van de maan.
Wat 'wanneer' toevoegt
Het weer zegt óf het een goede dag is; de tijd zegt wanneer bìnnen die dag. We geven het model daarom drie klokken: het uur (via de stand van de zon), het seizoen (de maand als cyclus) en de maan (fase én hoogte). Gemiddeld over alle soorten blijft de maanstand een afrondingsfout — ongeveer 1%, terug te zien in onze verwachting, en precies daarom timen we op deze site nergens op de maan. Maar dat gemiddelde verbergt structuur.
De maan splitst de nachtjagers
Over zo'n 600 weerdagen kijkt het model wat er verschuift van nieuwe naar volle maan. Bij de meeste soorten: vlak. Bij paling niet — het vangstsignaal zakt ruim een derde, van een piek bij nieuwe maan naar een dal bij volle maan. Snoekbaars beweegt precies andersom: laag bij nieuwe maan, hoger naarmate de nacht lichter wordt. Twee nachtjagers, een schoon spiegelbeeld. Het paling-signaal is het sterkst en scherpst; dat van snoekbaars is subtieler — de richting staat, de precieze omvang scherpen we nog aan.
Waarom 'weinig licht' te grof was
Eerst dachten we simpel: nachtjagers houden van weinig licht, klaar. Maar dan zouden paling en snoekbaars dezelfde kant op wijzen — en dat doen ze niet. De oplossing is dat licht twee knoppen is, geen één.
- De dag-as — zon-aversie: mijdt de soort het felle daglicht? Paling en snoekbaars allebei: ja, ze jagen in de schemer, 's nachts of in troebel water.
- De nacht-as — maanrichting: hoevéél licht wil de soort ín de nacht? Hier lopen ze uiteen: paling wil het zo donker mogelijk, snoekbaars juist een beetje maanlicht.
Die twee spreken elkaar niet tegen. Snoekbaars ontwijkt de harde middagzon (dag-as) maar benut het zachte maanlicht (nacht-as) — een jager voor het schemergebied, niet voor het pikkedonker; zijn oog is juist gebouwd om dat laatste beetje licht te benutten. Paling heeft dat niet nodig en wil enkel donker. De biologie splitst schoon: visuele schemerjagers houden van de volle maan, lichtschuwe bodemeters van de nieuwe.
De temporele vingerafdruk per soort
Zet je de knoppen naast elkaar, dan krijgt elke soort een eigen temporeel profiel — precies wat we het model laten leren in plaats van het op te leggen.
| Soort | Zon-aversie (dag) | Nachtactief | Maanrichting |
|---|---|---|---|
| Paling | hoog | hoog | donker (sterk) |
| Meerval | hoog | hoog | vol (mild) |
| Snoekbaars | hoog | gemiddeld | maanlicht |
| Zeelt | matig | gemiddeld | donker |
| Karper | laag | licht | geen |
| Brasem | laag-matig | licht | vol (zwak) |
| Baars | laag | ≈ 0 | geen |
| Snoek | hoog bij fel licht | ≈ 0 | geen |
| Blankvoorn | laag | ≈ 0 | geen |
Van fase naar uur
De maanfase is uiteindelijk niet het echte signaal — de hóógte van de maan is dat. Een volle maan onder de horizon geeft geen licht. Daarom rekent het model door naar het moment zelf: staat de maan op, en hoe hoog? Zo wordt een maandsignaal een uursignaal. Snoekbaars piekt wanneer de maan boven staat op een lichte nacht; paling in de donkerste uren. Dezelfde nacht kan een snoekbaars-venster zijn én een paling-doodspoor — het hangt van het uur af.
Waarom dit in de verwachting hoort
Bijgeloof en signaal zien er van een afstand identiek uit. 'Maanstand ~1%' is niet fout — het is het gemiddelde over veertig soorten, en dat gemiddelde drukt een echt effect bij twee nachtjagers plat tot ruis. De winst zit niet in de maan alleen, maar in het model tijdsbewust én soort-specifiek maken: het weet dan niet alleen wáár en óf, maar wannéér, en voor wie. Dat is wat we nu in de verwachting inbouwen; de eerste uurverwachting staat al in de nieuwste release.
Status: lopend. De tijd-features rollen we stap voor stap uit in de verwachting; de exacte uur-respons per soort scherpen we nog aan.