Ga naar inhoud

Snoekbaars

Sander lucioperca

Percidae Seizoen open

De snoekbaars is de roofvis van het grote, troebele water: de rivieren, de kanalen, de havens en de grote meren. Snoekbaars vissen doe je vaak in de schemering, met kunstaas over de bodem of met een dood visje. Op deze pagina lees je hoe je een snoekbaars herkent, waar hij staat, hoe je hem vangt en wanneer je op snoekbaars mag vissen. Onderaan zie je wat onze modellen in de gegevens vonden.

Herkenning

Kop van een snoekbaars van dichtbij: een spitse snuit, lange hoektanden voorin de bek en een groot, glazig oogSpitse kop, lange hoektanden en een groot, glazig oog

Een snoekbaars is lang en slank, met een spitse kop en een grote bek. In die bek staan veel scherpe tanden (Wikipedia), en voorin elke kaak één of twee grote hoektanden (FishBase). Het meest opvallend zijn de ogen: groot en glazig, met een netvlies dat licht weerkaatst. Daarom heet de snoekbaars ook wel glasoog (Wikipedia). Met die ogen ziet hij goed bij weinig licht (Deltares).

Zijn kleur hangt af van het water: van zilvergrijs tot goudbruin, met donkere strepen die van de rug naar beneden lopen. Bij oudere vissen vervagen die strepen. Op de rug staan twee rugvinnen achter elkaar: de voorste met harde, scherpe stekels, de achterste zacht (Wikipedia). Op de rugvinnen en de staart zie je rijen zwarte stippen, het duidelijkst op de voorste rugvin (Wikipedia).

Meestal is een snoekbaars ongeveer 50 centimeter lang (FishBase). Hij kan langer worden dan een meter, maar dat is zeldzaam (RAVON).

Is de snoekbaars een kruising van snoek en baars?

Nee. De naam doet dat denken, maar de snoekbaars is een eigen soort. Hij hoort bij de familie van de baarzen (Percidae), net als de baars (FishBase). Met de snoek is hij geen familie.

Snoekbaars, snoek of baars?

Snoek en snoekbaars naast elkaar: lichte vlekken en één rugvin tegenover donkere strepen en twee rugvinnenBoven de snoek, onder de snoekbaars

Een snoek en een snoekbaars houd je makkelijk uit elkaar. De snoek heeft lichte vlekken, de snoekbaars donkere strepen. De snoek heeft één rugvin, ver naar achteren; de snoekbaars heeft er twee. En de bek van de snoek is breed en plat, als een eendensnavel. Ook hun plek verschilt: de snoek ligt tussen de planten, de snoekbaars zoekt open en troebel water. Meer daarover lees je bij snoek of snoekbaars op de pagina van de snoek.

Een jonge snoekbaars lijkt meer op een baars. Let dan op drie dingen. De baars heeft een hogere rug en duidelijke, donkere strepen. Achter op zijn voorste rugvin zit een zwarte vlek. En de vinnen aan zijn onderkant zijn geel tot rood (FishBase). Een snoekbaars heeft geen rode vinnen, is veel slanker en heeft hoektanden.

Leefwijze en paai

Een mannetje snoekbaars boven zijn nest: een ondiepe kuil in de zandbodem met eitjes, in ondiep water in het voorjaarHet mannetje bewaakt het nest en waaiert vers water over de eitjes

De snoekbaars jaagt het liefst bij weinig licht. Zijn ogen zijn daarvoor gemaakt, en troebel water is voor hem ideaal (Deltares). Daarom jaagt hij vooral 's avonds en 's ochtends (Wikipedia). Weinig licht is wel iets anders dan pikdonker. In ons onderzoek naar de maan lijkt de snoekbaars bij volle maan iets beter te bijten dan bij nieuwe maan. Mogelijk omdat hij 's nachts dan net genoeg licht heeft om te jagen. Het verschil is klein, en of het echt klopt, weten we nog niet zeker. Hij eet vooral vis die in scholen in open water zwemt (FishBase).

Een jonge snoekbaars eet eerst plankton, zoals watervlooien. Aan het eind van zijn eerste zomer kan hij al overstappen op vis, het liefst spiering en jonge baars (Deltares). Vanaf ongeveer 10 centimeter eet hij alleen nog vis (RAVON). Een prooi kan hooguit bijna half zo lang zijn als hijzelf (Deltares).

In Nederland paait de snoekbaars meestal eind april of begin mei, als het water 12 tot 15 graden is (Deltares). Daarvoor zoekt hij de ondiepe oevers op (RAVON). Het mannetje maakt op de bodem een nest: een ondiepe kuil van ongeveer een halve meter breed, in zand of grind. Een mannetje en een vrouwtje paaien samen, bij het ochtendgloren of 's nachts (FishBase).

Daarna blijft alleen het mannetje bij het nest. Hij jaagt dieren weg die de eitjes willen opeten, zoals blankvoorn, baars en aal (Deltares), en ook grondels en kreeften (VISpas-voorwaarden). Met zijn borstvinnen waaiert hij vers water over de eitjes. Zo krijgen ze zuurstof en blijft er geen slib op liggen (Deltares).

Een mannetje dat van zijn nest wordt weggevangen, al is het maar even, laat zijn eitjes onbewaakt achter. Daarom is er in het voorjaar een gesloten tijd voor snoekbaars. Wat je dan wel en niet mag, lees je bij gesloten tijd voor snoekbaars.

Waar staat de snoekbaars?

Een snoekbaars jaagt in de schemering langs een oude kademuur in troebel, groenbruin waterIn de schemering jaagt de snoekbaars langs kades en taluds

De snoekbaars houdt van troebel, voedselrijk water zonder veel waterplanten: de grote rivieren en de grotere meren en plassen (RAVON). Ook kanalen en havens horen daarbij. Hij kan tegen een beetje zout, en leeft ook in brakke meren en riviermondingen (FishBase). Meestal zit hij bij de bodem (Deltares).

Zoek hem bij een overgang. Een snoekbaars zoekt beschutting: op een talud, een helling onder water, en bij boomstammen en stronken op de bodem (Deltares). Denk aan de rand van een geul, een dijk of een zandplaat. Op het IJsselmeer trekken de natuurlijke taluds snoekbaars en baars aan. In dat hele gebied zoeken ze zandige plekken op, terwijl paling en brasem juist modder kiezen (Sportvisunie).

In kanalen en havens zoek je harde plekken: kademuren, brugpijlers, sluizen, stenen oevers en de monding van een haven. In de rivieren staat hij bij de kribben. Dat zijn dammen van stenen die de rivier in steken. Zoek rond de kop van een krib en in het rustige water ernaast. Let op: op de Maas, de Lek, de Neder-Rijn en de Overijsselse Vecht mag je niet vissen tot 75 meter stroomafwaarts van een stuw (Uitvoeringsregeling visserij, artikel 28c).

De snoekbaars houdt niet van veel licht. Overdag zoekt hij diepe of schaduwrijke plekken op (Wikipedia). Helder water past hem alleen als het diep genoeg is, zodat het bij de bodem toch schemerig blijft (Deltares). Als het schemert, trekt hij vaak naar ondieper water om te jagen, langs de oever, de kades en de randen van zandplaten.

In de zomer is er een uitzondering. In een diepe plas kan het water dan in lagen komen te liggen. Het diepste water krijgt weinig zuurstof, en daar blijft de snoekbaars weg (Deltares). Zoek hem dan hoger, langs de randen.

Veel snoekbaarsvissers merken dat snoekbaarzen in kleine groepjes onderweg zijn. Ze zoeken regelmatig dezelfde plekken af waar ze prooi verwachten, en zo'n groepje bestaat vaak uit vissen van hetzelfde formaat (Beet). Vang je er één, vis die plek dan meteen verder: een snoekbaars komt zelden alleen.

In onze gegevens gaat de snoekbaars vaak samen met twee andere vissen: pos en kolblei. Wat onze modellen verder zagen, lees je onderaan deze pagina. Wil je een groot snoekbaarswater leren kennen, kijk dan naar het IJsselmeer.

Snoekbaars vissen door het jaar

Let vooral op drie dingen: de tijd van het jaar, de temperatuur van het water en het licht. In koud water eet de snoekbaars weinig: het zoeken naar voedsel en de vertering komen pas echt op gang bij 8 tot 10 graden (Deltares). Warm water kan hij goed aan, zolang er genoeg zuurstof in zit.

Winter. Het gaat langzaam. De snoekbaars staat diep en eet weinig. Vis traag en dicht bij de bodem: met een shad die je rustig over de bodem laat hoppen, verticaal vanuit een boot, of met een dood visje op de bodem. Hoe dat gaat, lees je hieronder bij vistechnieken. Reken op minder aanbeten dan in de herfst.

Maart. Het water wordt warmer en de snoekbaars gaat weer beter eten. Volgens de wet mag je nog op snoekbaars vissen. Op het IJsselmeer, het Markermeer en het IJmeer gelden vanaf half maart wel al strengere regels; die staan bij de gesloten tijd.

April en mei. Dit is de tijd van de paai, en van de gesloten tijd. Je mag dan niet op snoekbaars vissen.

Eind mei en juni. Vanaf de laatste zaterdag van mei mag je weer op snoekbaars vissen. Soms is de paai dan nog niet voorbij: die kan doorlopen tot in juni (Deltares). Vang je dan in ondiep water een snoekbaars, dan kan het een mannetje zijn dat nog een nest bewaakt. Zet hem snel terug. Op het IJsselmeer, het Markermeer en het IJmeer moet je langer wachten: daar mag je tot en met 30 juni niet met kunstaas of een dood visje vissen.

Zomer. Vis als het licht zwak is: bij zonsondergang, in de schemering en vroeg in de ochtend. Dan trekt de snoekbaars naar ondieper water, langs de oevers, de kades en de zandplaten. Overdag, en zeker in helder water, zoek je hem dieper. In een diepe plas zoek je hem niet op de diepste bodem; zie hierboven bij waar hij staat. Let op: van 2 uur na zonsondergang tot 1 uur voor zonsopkomst is het nachtvissen. Dat mag alleen met de NachtVIStoestemming, en alleen op wateren waar dat bij staat (VISpas-voorwaarden).

Herfst. Het water koelt af en de snoekbaars eet goed. Voor veel vissers is dit de beste tijd van het jaar. Vis de randen en taluds, eerst op middeldiepte en steeds dieper naarmate het kouder wordt.

Vistechnieken en materiaal

Kunstaas voor snoekbaars op natte stenen: shads aan jigkoppen, een klein dropshotaasje en een diepduikende plugShads aan een jigkop, een dropshotaasje en een diepduikende plug

De bekendste manier is vissen met een shad: een zacht kunstaasje in de vorm van een visje, van 8 tot 15 centimeter. Je vist hem aan een jigkop, een haak met een loodkopje van 7 tot 20 gram. Laat de shad naar de bodem zakken, tik hem met de hengel omhoog en laat hem weer zakken. De aanbeet komt vaak als de shad zakt of even stil ligt. Je voelt dan een tik. Sla meteen aan.

Vanuit een boot kun je verticaal vissen. Je laat het kunstaas recht onder de boot zakken en houdt het net boven de bodem, langs de randen van geulen en taluds. Bij dropshotten zit het lood onderaan de lijn en de haak een stukje erboven. Zo blijft het kunstaasje bijna stil boven de bodem staan. Dat werkt goed als de snoekbaars slecht bijt.

In de schemering vang je snoekbaars ook met pluggen: een diepduikende plug of een kleine plug van 8 tot 12 centimeter. Draai hem langzaam binnen, langs kades en taluds en vlak boven de bodem. Vanaf 2 uur na zonsondergang mag dat alleen met de NachtVIStoestemming; zie door het jaar.

Verse spiering als dood aas op een nat snijplankje: drie hele spieringen, een doorgesneden spiering, een doorlopend lood, een lichte dobber en twee kleine haakjesVerse spiering: bij veel snoekbaarsvissers favoriet als dood aas

Een dood visje op de bodem staat onder snoekbaarsvissers bekend als een manier om juist de grotere snoekbaarzen te vangen. Roofvisser Albert Dekker ving tijdens het snoekvissen toevallig snoekbaarzen, en dat waren "allemaal mooie tot grote vissen". Daarna ging hij er gericht op vissen, met stilliggend dood aas. Hij vist zo in de herfst en de winter, en volgens hem werkt het in het donker vaak nog beter (Roofvisweb). Let dan wel op de regels voor nachtvissen. Waarom dood aas werkt? Mogelijk omdat een snoekbaars in koud water zuinig is met zijn energie, en een dood visje op de bodem een makkelijke hap is. Zeker weten doen we dat niet.

Als aas is verse spiering bij veel snoekbaarsvissers veruit favoriet (Beet). Dat past bij wat de snoekbaars eet: in onderzoek rond de Oostzee stonden spiering, pos, baars en blankvoorn op zijn menu (Wikipedia). Een klein voorntje werkt dus ook (Beet), en een pos is het proberen waard. De snoekbaars kan flinke prooi aan, maar kiest liever kleinere prooien dan de snoek (Wikipedia). Houd het aas daarom klein, niet groter dan zo'n 10 centimeter, of gebruik een stukje vis. Een te grote hap laat een snoekbaars vaak liggen (Roofvisweb).

Vis op de bodem of onder een lichte dobber. Een snoekbaars staat bekend als een voorzichtige eter en laat het visje vaak los als hij weerstand voelt (Beet, Roofvisweb). Gebruik daarom een doorlopend lood, dat vrij over de lijn schuift. Wacht met aanslaan niet te lang, anders slikt hij de haak diep in.

Een hengel van 2,40 tot 2,70 meter met een werpgewicht van 10 tot 40 gram past bij het meeste snoekbaarswerk, met dunne gevlochten lijn. Gevlochten lijn rekt bijna niet, dus je voelt een kleine tik goed. In veel snoekbaarswater zwemt ook snoek, en die pakt een shad net zo makkelijk. Houd daar rekening mee als je je onderlijn kiest. Neem een lange tang mee om te onthaken, en een schepnet.

Gesloten tijd voor snoekbaars

Elk voorjaar is er een gesloten tijd voor snoekbaars. De reden staat hierboven bij de paai: het mannetje bewaakt zijn nest, en verstoring kan hem zijn eitjes kosten. Er gelden dan twee regels tegelijk. Elke snoekbaars die je vangt, moet meteen terug. En op de meeste wateren mag je in die tijd niet vissen met kunstaas of een dood visje. In de tabel hieronder staat wat dat precies betekent en tot welke datum het dit jaar duurt.

  1. 1 april – 29 mei Gesloten tijd: niet te bevissen Bovenop de terugzetplicht geldt een verbod op kunstaas, dood aas, stukjes vis en slachtproducten. Alleen kunstvliegen kleiner dan 2,5 cm mogen nog. In de praktijk kun je deze vis dan niet bevissen.
  2. 30 mei – 31 maart nu Open De gewone regels gelden. Je mag een vis meenemen als hij lang genoeg is.

De gesloten tijd duurt tot de laatste zaterdag van mei. Op die zaterdag mag je weer vissen. Die datum verschuift dus elk jaar: 30 mei 2026 · 29 mei 2027 · 27 mei 2028. De wettelijke minimummaat is 42 cm (Uitvoeringsregeling visserij, art. 5b).

Mag je in maart op snoekbaars vissen?

Ja, volgens de wet wel. De gesloten tijd voor snoekbaars begint pas op 1 april. In maart mag je dus met kunstaas of een dood visje vissen, maar kijk wel in de VISplanner: sommige wateren zijn strenger. Een snoekbaars van 42 tot 70 centimeter mag je dan meenemen, als je vergunning dat toestaat (Sportvisunie, VISblad). Let daarnaast op twee dingen. Vang je een snoek, dan moet die terug: voor de snoek is de gesloten tijd dan al begonnen. En op het IJsselmeer, het Markermeer en het IJmeer mag je al vanaf 16 maart niet meer met kunstaas of een dood visje vissen (Sportvisunie, HSV Almere).

Mag je in april met wormen op snoekbaars vissen?

Nee. Sommige vissers probeerden de gesloten tijd te omzeilen, met een worm aan een dropshot of een jigkop. Daarom staat sinds 2026 in de VISpas-voorwaarden dat je in deze periode niet zo mag vissen "dat de vangst van snoekbaars aannemelijk is": dus zo dat het goed kan dat je een snoekbaars vangt (Sportvisunie, VISblad). Actief vissen met een dropshot of een jigkop met een worm mag dus niet, als je daarmee in feite op snoekbaars vist (VISblad). Witvissen met een worm die stil op de bodem ligt of onder een dobber hangt, mag wel. En vissen op meerval met een bundel wormen ook (VISpas-voorwaarden).

Wanneer mag je weer op snoekbaars vissen?

Vanaf de laatste zaterdag van mei. Die datum schuift elk jaar; in de tabel hierboven staat de datum van dit jaar. Op het IJsselmeer, het Markermeer en het IJmeer duurt het langer. Voor de wet zijn die drie samen "het IJsselmeer", met de open havens erbij (Reglement voor de binnenvisserij, artikel 1). Daar loopt de gesloten tijd voor snoekbaars door tot en met 31 mei (Uitvoeringsregeling visserij, artikel 61). En tot en met 30 juni mag je er niet met kunstaas of een dood visje vissen (Sportvisunie, HSV Almere). Ook op andere wateren kunnen strengere regels gelden. Kijk daarom altijd in de VISplanner-app of in de Gezamenlijke Lijst van Nederlandse Viswateren voor het water waar je vist.

Hoeveel snoekbaarzen mag je meenemen?

Volgens de wet moet een snoekbaars minstens 42 centimeter lang zijn (Uitvoeringsregeling visserij, artikel 5b). De VISpas-voorwaarden gaan verder. Sinds 2026 mag je hooguit twee snoekbaarzen meenemen, en alleen vissen tussen de 42 en 70 centimeter (VISblad). Een snoekbaars van meer dan 70 centimeter gaat dus altijd terug. Zo blijven de grote vissen in het water. Je vergunning of het water kan nog strenger zijn. En meenemen mag alleen om zelf te eten, nooit om te verkopen (VISpas-voorwaarden).

Snoekbaars onthaken en terugzetten

Veel snoekbaarzen gaan terug: omdat ze te klein zijn, te groot, of omdat het gesloten tijd is. Doe het snel en voorzichtig. Maak je handen nat en houd de vis horizontaal, met een hand onder de buik. Pas op voor de harde, scherpe stekels van de voorste rugvin, en voor de scherpe punt aan de rand van het kieuwdeksel (Wikipedia). En houd je vingers uit de bek: de hoektanden zijn scherp.

Onthaak met een lange tang. Houd de vis zo kort mogelijk uit het water; een foto mag, maar snel. Zet hem daarna rechtop in het water en wacht tot hij zelf wegzwemt.

Let ook op de diepte. Haal je een vis snel uit diep water omhoog, dan zet het gas in zijn zwemblaas uit. Dat kan hem van binnen beschadigen. Voor de snoekbaars zelf vonden we daar geen goed onderzoek over. Wel voor de walleye, een Amerikaanse vis die nauw verwant is aan de snoekbaars, en voor een paar andere Amerikaanse vissen. Worden die dieper dan ongeveer 10 meter gevangen, dan gaan er na het terugzetten in de meeste onderzoeken veel meer dood (North Dakota Game and Fish). Wil je een snoekbaars terugzetten, vis dan liever niet dieper dan zo'n 10 meter.

De grootste snoekbaars ooit gevangen

Het Nederlands record snoekbaars is 106 centimeter. Andre Gießing ving hem in maart 2022 op het Hollands Diep. Het wereldrecord is een snoekbaars van 11,48 kilo. Jürg Scherrer ving hem in 2016 in het Zwitserse deel van het Lago Maggiore. De langste snoekbaars die we als bevestigd record op een lijst vonden, is 116 centimeter. Die staat op de Oostenrijkse lijst en werd in 1990 gevangen.

42 cm Minimummaat: een kleinere snoekbaars mag je niet meenemen

101 cm De langste van ruim 40.000 snoekbaarzen die bij visstandonderzoek zijn gemeten

106 cm Nederlands record (2022)

116 cm De langste die we als bevestigd record op een lijst vonden (Oostenrijk, 1990)

Op schaal. De stippellijn ligt op 1 meter. Het wereldrecord staat er niet in: IGFA noemt van die vis alleen het gewicht. Alle records staan in de tabel hieronder.

Records per land

Elk land houdt een eigen lijst bij, met eigen regels. De ene lijst kijkt naar lengte, de andere naar gewicht. De getallen zijn dus niet altijd te vergelijken.

Land Record Visser Water Datum Lijst
Nederland 106 cm Andre Gießing — 30 mrt 2022 Sportvisunie
Denemarken 11,25 kg · 95,5 cm Martin Manley Blond-Sørensen Arresø 29 mrt 2025 Danske Fiskerekorder
Duitsland 15,115 kg M. Pointinger Donau 2000 Fisch & Fang
Finland 101 cm — een meer 12 okt 2024 Ennätyskalarekisteri
Hongarije 14,96 kg Karajos László Donau bij Pilismarót 2 jan 2007 MOHOSZ
Letland 11,80 kg K. Kravčenko Daugava 2011 LMSF
Noorwegen 12,24 kg · 100 cm Sander Sørhaug een meer in Oost-Noorwegen 15 mei 2024 Villmarksliv
Oostenrijk 18,70 kg · 116 cm Friedrich Kraus Donau 1990 Rekordfische Österreich
Polen 14,20 kg · 108 cm Dariusz Szwed — 2004 Wiadomości Wędkarskie
Verenigd Koninkrijk 9,667 kg (21 lb 5 oz) James Benfield rivier de Severn bij Tewkesbury 2007 BRFC
Zweden 12,53 kg · 97 cm Leif Ivarsson Stora Nätaren (Småland) 29 mei 2014 Sportfiskarna
Zwitserland 14,30 kg · 110 cm Ivan Schifano Lago Maggiore 18 sep 2023 Petri-Heil

Een streepje betekent dat de lijst het niet vermeldt. Gecontroleerd op 26 september 2026. Een record kan elk moment worden verbroken. Daarom controleren we deze lijsten minstens één keer per jaar.

In Nederland

De snoekbaars is van oorsprong geen Nederlandse vis. Hij komt uit Oost- en Midden-Europa (VISwijzer). In Nederland is hij vanaf het begin van de twintigste eeuw op grote schaal uitgezet. Nu is hij hier ingeburgerd en algemeen (RAVON). Op de Rode Lijst van de IUCN staat de snoekbaars als niet bedreigd (Least Concern) (FishBase).

De snoekbaars doet het goed in troebel, voedselrijk water. In zulke meren kan hij veel voorkomen, en neemt hij de plaats van de snoek als roofvis over. Nu het water door betere waterkwaliteit op veel plekken helderder wordt, lijkt het snoekbaarsbestand af te nemen (RAVON).

De snoekbaars is ook een gewilde eetvis. In de winkel komt hij uit het IJsselmeer, uit andere landen of uit een kwekerij. Volgens de VISwijzer wordt het snoekbaarsbestand in het IJsselmeer overbevist. Wat onze modellen in snoekbaarswater zien, lees je hieronder.

Data-inzichten

Wat onze modellen laten zien over Snoekbaars

Hoe je dit leest

Hieronder staat wat onze modellen in de data zien. Het zijn verbanden: waar het één voorkomt, komt het ander vaker voor. Dat is geen oorzaak. Elk model beantwoordt één vraag en mag niet meer zeggen dan het gemeten heeft. Het label bij de kop zegt welke vraag — en hoe zeker het antwoord is.

Waar deze soort leeft Sterk model

Pos (Gymnocephalus cernuus)Pos (Gymnocephalus cernuus)

De pos is veruit het sterkste kenmerk van snoekbaarswater. Bijna een kwart van dit model hangt aan die ene vissoort. Verder in het rijtje staan kolblei, aasgarnalen, een kiezelwier uit de familie Skeletonemaceae en de roofblei.

Dat rijtje beschrijft één soort water: troebel, voedselrijk en niet diep. Daar hoort de snoekbaars thuis. Hij jaagt juist goed bij weinig zicht — anders dan de snoek, die de roofvisplek in helder water inneemt. Op de pagina van de snoek staat die andere kant.

Allebei zijn ze gebouwd voor weinig licht. De pos heeft een spiegellaag achter in het oog en een fijngevoelig zijlijnstelsel op de kop: hij vindt prooi ook als zien niet meer gaat. De snoekbaars heeft grote ogen die op weinig licht zijn aangepast.

Waaróm de pos zo hoog staat, kan dit model niet zeggen. Snoekbaars éét pos; in maagonderzoek is het een vaste prooi naast baars en voorn. Maar pos leeft ook gewoon in hetzelfde water. Die twee kunnen we hier niet uit elkaar halen.

De aasgarnalen en het kiezelwier maken het beeld af. Achter de aasgarnalen zitten twee soorten: Limnomysis benedeni, een nieuwkomer uit de Zwarte Zee-regio, en Neomysis integer, die juist in brak water thuis is. De familie zegt dus niets over zout. Het kiezelwier wel: dat is Skeletonema subsalsum, en subsalsum betekent licht zout. Dat wijst naar de grote, licht brakke wateren, niet naar een bosven.

Nog iets opvallends. Brasem draagt bijna een vijfde van dit model en staat toch niet in het rijtje hierboven. Brasem zit in bijna elk Nederlands zoetwater, dus het scheidt snoekbaarswater niet van de rest. Zwaar meewegen en niets zeggen is niet hetzelfde.

Waar er veel van zitten Groep, geen volgorde Sterk model

Fonteinkruid (Potamogetonaceae)Fonteinkruid (Potamogetonaceae)

Dit model kijkt alleen naar plekken waar al snoekbaars gevangen is. Bij veel snoekbaars horen fonteinkruiden (Potamogetonaceae), muggenlarven (Chironomidae), draadvormige blauwalgen uit de familie Pseudanabaenaceae en een planktonisch groenwier uit de familie Ulotrichaceae.

Het fonteinkruid is hier niet het teken van helder water dat je zou verwachten. In onze data is het bijna altijd schedefonteinkruid, de soort die juist tegen troebel, voedselrijk en licht brak water kan. De muggenlarven horen bij een zachte, voedselrijke bodem. De blauwalgen zijn Limnothrix redekei en Pseudanabaena, de draadalgen van troebele Nederlandse plassen. Alles wijst dezelfde kant op als hierboven.

Aan de andere kant tellen we minder snoekbaars waar kiezelwieren uit de familie Chaetocerotaceae het beeld bepalen. Dat zijn in onze data Chaetoceros, een geslacht van echt zout water. Licht brak is prima voor snoekbaars, zee niet. We tellen er ook minder waar we bloedzuigers uit de familie Erpobdellidae vinden; daar hebben we geen verklaring voor.

Beste visplekken

De beste visplekken, gekozen uit 839 plekken waar deze soort is geregistreerd.

Seizoenspatronen

Per maand: hoe vaak een gemelde vangst deze soort is, vergeleken met het jaargemiddelde van de soort (de stippellijn). We rekenen ten opzichte van alle vangsten in die maand, dus een drukke maand telt niet vanzelf als een beter seizoen.

jaargemiddelde gesloten tijd vissen mag, terugzetten verplicht

Bron: vangstmeldingen op mijnvismaat.nl (Sportvisunie), tot en met 30 september 2026.

Waar de modellen op letten

Upgrade om de belangrijkste voorspellers en statistische inzichten voor deze soort te zien.

Bekijk op kaart

Verwante soorten