Ga naar inhoud

Spiering

Osmerus eperlanus

Osmeridae Seizoen open

Herkenning

De spiering is een kleine, slanke zilverkleurige vis met een doorzichtig lichaam. De rug is lichtgroen tot grijsgroen, de flanken en buik zilverglanzend. Kenmerkend is de relatief grote bek met scherpe tandjes — voor zo'n kleine vis verrassend roofzuchtig. De spiering heeft een typische komkommergeur: vers gevangen spiering ruikt letterlijk naar verse komkommer. De vetvin achter de rugvin verraadt verwantschap met de zalmenorde. De meeste exemplaren zijn 10-15 cm, maar in goed voedselrijke wateren kan de spiering tot 30 cm groeien (maximaal 45 cm).

Gedrag & leefwijze

De spiering is een anadrome vis die in grote scholen leeft in het open water van meren, estuaria en kustwateren. In het voorjaar (februari-april) trekt de spiering de rivieren en beken op om te paaien in ondiep stromend water. De soort leeft van plankton, kleine kreeftachtigen en vislarven. De spiering is een sleutelsoort in het ecosysteem: het is de belangrijkste voedselbron voor snoekbaars in het IJsselmeer en Markermeer. Dalende spieringpopulaties hebben directe gevolgen voor de snoekbaarsstand en de hele voedselketen.

Vistechnieken

De spiering wordt in Nederland nauwelijks bevist door sportvissers, maar is historisch een belangrijke voedselvis:

  • Hengelvangst — als bijvangst bij licht witvissen in het IJsselmeer of de Waddenzee; kleine haakjes (maat 18-22) met made
  • Palingfuiken — spiering wordt soms bijgevangen in staand want en fuiken

Gebakken spiering was vroeger een populaire delicatesse in Amsterdam en andere Zuiderzee-steden. Sinds de sluiting van de beroepsvisserij op spiering in het IJsselmeer is deze traditie grotendeels verdwenen.

In Nederland

De spiering is inheems en was historisch een van de talrijkste vissen in het IJsselmeer. Door de afsluiting van de Zuiderzee (1932) en veranderingen in het ecosysteem is de populatie sterk gefluctueerd. In goede jaren zijn er miljarden spieringen in het IJsselmeer; in slechte jaren nauwelijks. De soort staat niet op de Rode Lijst maar de beroepsvisserij op spiering is sinds 2012 gesloten om de snoekbaarsstand te beschermen. De spiering komt ook voor in de Waddenzee, Zeeuwse delta en langs de Noordzeekust.

Data-inzichten

Wat onze modellen laten zien over Spiering

Hoe je dit leest

Hieronder staat wat onze modellen in de data zien. Het zijn verbanden: waar het één voorkomt, komt het ander vaker voor. Dat is geen oorzaak. Elk model beantwoordt één vraag en mag niet meer zeggen dan het gemeten heeft. Het label bij de kop zegt welke vraag — en hoe zeker het antwoord is.

Waar deze soort leeft Groep, geen volgorde Sterk model

Strandkrab (Carcinidae)Strandkrab (Carcinidae)

In deze lijst staan zout en zoet steeds door elkaar: de gewone garnaal, de snoekbaars, de strandkrab, de pos, de Kaspische slijkgarnaal, de vijfdradige meun, de brasem, grondels, de slakdolf, de aal, de puitaal en de schol.

Dat is geen rommelige lijst maar een kloppende. FishBase noemt de spiering een trekvis van zee, riviermondingen en grote meren die de rivieren optrekt om te paaien, met populaties die permanent in meren blijven. Onze modellen kennen maar drie vissen die zo in zout én zoet water leven: de forel, de driedoornige stekelbaars en de spiering.

En zijn eten staat er zelf in: de gewone garnaal. FishBase zegt dat de spiering leeft van garnalen en kleine kreeftachtigen.

Waar er veel van zitten Groep, geen volgorde Sterk model

Kalmoes (Acoraceae)Kalmoes (Acoraceae)

Kleine kokerjuffers (Hydroptilidae), motmuggen (Psychodidae), de oevervlokreeft (Talitridae) en de oeverplant kalmoes (Acoraceae) horen bij water waar we minder spiering tellen.