Ga naar inhoud

Europese meerval

Silurus glanis

Siluridae Terugzetplicht

De Europese meerval is de grootste roofvis in het zoete water van Europa (WUR). In Nederland zit hij in de grote rivieren, maar ook in plassen, polderwater en stadsgrachten. Meerval vissen doe je meestal 's avonds en 's nachts, met zwaar materiaal. Op deze pagina lees je hoe je een meerval herkent, wat hij eet, waar hij zit, hoe je hem vangt en welke regels gelden. Ook lees je hoe groot een meerval kan worden. Onderaan zie je wat onze modellen in de gegevens vonden.

Herkenning

Kop van een meerval van dichtbij: een brede, platte kop met kleine ogen, twee lange baarddraden op de bovenkaak en vier korte onder de kinTwee lange baarddraden op de bovenkaak, vier korte onder de kin

Een meerval herken je meteen. Hij heeft een brede, platte kop met een heel brede bek en kleine ogen. Zijn lijf is lang en glad, zonder schubben (Kennisdocument meerval). Hij is zwart tot bruin, met een gemarmerde flank en een vuilwitte buik (RAVON).

Het beste kenmerk zijn de baarddraden: zes in totaal. Twee lange zitten op de bovenkaak, en die kan hij bewegen. Vier korte zitten onder de kin (Kennisdocument meerval; DAFV). De rugvin is heel klein en staat ver naar voren. De aarsvin aan de onderkant is juist heel lang: hij loopt bijna door tot de staartvin. Een vetvin heeft de meerval niet (DAFV). Een vetvin is een klein vinnetje zonder vinstralen, op de rug vlak voor de staart. De dwergmeervallen hebben er wel een (zie hieronder).

In zijn bek zitten duizenden piepkleine tandjes die naar achteren wijzen. Ze voelen aan als een rasp (Hét VISblad). Pak een meerval daarom altijd met een handschoen vast. Zijn ogen zijn klein en hij ziet niet goed. Maar met zijn baarddraden proeft en ruikt hij. En hij hoort heel goed: kleine botjes tussen zijn zwemblaas en zijn binnenoor versterken geluid uit het water (Sportvisunie).

Meerval, dwergmeerval of Afrikaanse meerval?

In Nederland leven nog een paar vissen die ‘meerval’ heten. Ze blijven kleiner of komen veel minder vaak voor. Je houdt ze uit elkaar aan de baarddraden en de vetvin (RAVON):

  • Europese meerval: zes baarddraden en geen vetvin.
  • Dwergmeervallen: de bruine en de zwarte dwergmeerval hebben acht baarddraden en een vetvin. Hun staartvin is bijna recht (RAVON, Kijk op Exoten).
  • Kanaalmeerval: ook acht baarddraden en een vetvin, maar een diep gevorkte staartvin (RAVON). Hij is zeldzaam: sinds de eerste waarneming in 2008 zijn er alleen losse waarnemingen (RAVON).
  • Afrikaanse meerval: acht baarddraden en geen vetvin. De Nederlandse winters zijn waarschijnlijk te koud voor hem (RAVON).
  • Kwabaal: maar één baarddraad (RAVON).

Een grote meerval verwissel je niet snel met een andere vis. Bij kleine meervallen moet je wel goed kijken: die kunnen op een kwabaal of een dwergmeerval lijken (Kennisdocument meerval).

Leefwijze, voedsel en paai

Een meerval ligt stil in ondiep water boven een plek waar zachte, mosachtige waterplanten en wilgenwortels zijn platgedruktEen mannetje bewaakt het nest in ondiep water

De meerval is vooral 's nachts actief. Met zenders zagen onderzoekers in de Westeinderplassen en de Maas dat hij het actiefst is tussen zonsondergang en zonsopkomst (RAVON 2016). Bij de stuw van Lith in de Maas was dat ook zo (WUR). Overdag ligt hij verstopt, het liefst met een ‘dak’ boven zijn kop. In de Maas zijn dat afgemeerde sloopboten, in de Westeinderplassen de drijvende rietvelden en op de Oude IJssel oevers met overhangend gras (RAVON 2016). Een meerval is ook erg honkvast. In de Maas lag bijna 90 procent van de metingen binnen 1,5 kilometer van een vaste rustplek (RAVON 2016).

Wat eet een meerval? Volwassen meervallen eten vooral vis. Ook kikkers, watervogels en kleine zoogdieren staan op het menu (RAVON; Kennisdocument meerval). Een meerval lijkt vaak kleinere vissen te eten dan je bij zo'n grote bek zou verwachten (Kennisdocument meerval).

Onderzoekers van Wageningen Marine Research keken wat meervallen bij de stuw van Lith eten. Bij 24 van de 90 onderzochte meervallen zat iets in de maag. Dat waren vooral exoten: dieren die hier van nature niet thuishoren. Het ging vooral om de gevlekte Amerikaanse rivierkreeft en om grondels die oorspronkelijk uit de Zwarte Zee en de Kaspische Zee komen. Er zat maar één trekvis bij: een aal van ongeveer 35 cm. De meeste van deze meervallen waren wel klein, onder de 80 cm (WUR).

Ook in ons habitatmodel onderaan deze pagina horen grondels bij meervalwater. Dat model ziet alleen dat ze in hetzelfde water voorkomen, niet wie wie opeet. Bij Lith zaten grondels in de magen van meervallen. Of meervallen daarom vaker in water met grondels zitten, hebben wij niet gemeten.

Duiven, en hondjes? Bekend zijn de beelden van meervallen die duiven van de oever pakken. Dat gebeurt in de rivier de Tarn in Frankrijk. Onderzoekers filmden daar tientallen aanvallen, en ruim een kwart lukte. De meervallen daar waren naar schatting 0,9 tot 1,5 meter lang (Cucherousset e.a. 2012). In de Tarn is de meerval in 1983 uitgezet. Waar hij van nature leeft, was dit gedrag voor zover de onderzoekers wisten nog niet gemeld (Cucherousset e.a. 2012).

Verhalen over meervallen die hondjes pakken, gaan al jaren rond (RAVON 2016). De Duitse visonderzoeker Robert Arlinghaus zegt dat hij daar nog nooit bewijs voor heeft gezien (MDR). In maagonderzoek in Tsjechië zijn wel vogels, kikkers en een woelrat gevonden (Vejřík e.a. 2017).

Paai. Meervallen paaien van mei tot juli, in ondiep water met veel planten (RAVON). De paai begint bij een watertemperatuur van 18 tot 20 °C (Kennisdocument meerval). Het mannetje maakt een nest: met zijn bek drukt hij planten en bodem plat tot een kuil. Daarna bewaakt hij de eitjes en houdt hij ze schoon met zijn staart (RAVON). Bij Lith viel de paaitijd waarschijnlijk eind juni, kort nadat het water boven de 18 °C kwam (WUR). De paai zelf is in Nederland nog niet vastgelegd, maar jonge meervallen worden wel gevonden (rapport voor Rijkswaterstaat, 2021).

Groei. In de Westeinderplassen groeit een meerval langzaam. Daar werden drie meervallen van zo'n 35 cm gemerkt. Ongeveer tien jaar later werden ze teruggevangen, iets langer dan een meter. Dat is zo'n 7 cm per jaar. In warmere landen in Zuid-Europa is 10 tot 20 cm per jaar normaal (Rijnland). Een meerval van 140 cm uit de Westeinderplassen is naar schatting 25 tot 30 jaar oud (Sportvisunie).

Waar zit de meerval?

Een grote meerval hangt overdag stil vlak boven de zandbodem van een rivier, in rustig, troebel water achter de stenen van een kribOverdag in de luwte achter een krib

De meerval zit in alle grote rivieren. De meeste zitten in de Maas, de Bovenrijn en de Waal (rapport voor Rijkswaterstaat, 2021). Vanuit de rivieren trekt hij steeds vaker riviertjes en grote beken in (RAVON 2026). Onderzoekers volgden meervallen bij Lith met zenders. Sommige zwommen tot in de Biesbosch en het Hollandsch Diep (WUR). In meren en plassen nam de meerval minder sterk toe dan in stromend water, en in kanalen komt hij nog weinig voor (RAVON 2026).

Buiten de rivieren is de Westeinderplassen bij Aalsmeer het oudste meervalwater van Nederland (zie In Nederland). Ook in de rest van Rijnland komt hij steeds meer voor. In de Braassemermeer, de Kagerplassen en de Ringvaart zit veel meerval. Bij Haarlem, Amsterdam (het Nieuwe Meer), Alphen aan den Rijn en Leiden duiken steeds vaker meervallen op (Rijnland).

Waar in het water? Overdag ligt een meerval op een rustige, donkere plek met een dak boven zijn kop (RAVON 2016). In de rivier zijn dat diepe kuilen en geulen, vaak in een buitenbocht of net achter een krib. Een krib is een stenen dam die vanaf de oever de rivier in steekt (Roofvisweb). Bij Lith gebruikten meervallen diepe kuilen in de Maas; een daarvan was ongeveer 12 meter diep (WUR). In de Westeinderplassen schuilt hij overdag onder de drijvende rietvelden. In de schemering zwemt hij naar het open water om te jagen (Nieuwe Meerbode).

Vis niet vlak onder een stuw. Op de Maas, de Lek, de Neder-Rijn en de Overijsselse Vecht mag dat niet binnen 75 meter (zie de regels).

Meerval vissen door het jaar

Bij de meerval draait het seizoen om de watertemperatuur. Onder de 10 °C is hij nauwelijks actief, en onder de 7 °C helemaal niet meer. Komt het water boven de 10 °C, dan wordt hij weer actief (RAVON 2016). Bij Lith was de meerval het meest aanwezig in het late voorjaar en de zomer. Ook dat hing vooral af van de watertemperatuur (WUR).

Een rommelige bundel dauwpieren aan een grote, sterke enkele haak, op natte, modderige stenen aan de waterkantEen bundel dauwpieren: dit aas mag ook in april en mei

Voorjaar. In april en mei warmt het water op. In de Westeinderplassen verlaat de meerval de rietvelden pas als het water boven de 10 °C komt (0297.nl). Let op: van 1 april tot eind mei mag je niet vissen met een dood visje, een stukje vis of kunstaas (zie de regels). Met een bundel wormen op meerval vissen mag wel (Hét VISblad).

Zomer. In de zomer is de meerval het actiefst. In die tijd valt ook de paai, van mei tot juli. De gedragscode van de sportvisserij vraagt om in de paaitijd niet op roofvis te vissen (Gedragscode welzijn vis). Zie je een meerval die in ondiep water een nest bewaakt, laat hem dan in elk geval met rust.

Najaar en winter. Als het water afkoelt, wordt de meerval minder actief. Bij Lith vertrokken in de winter bijna alle meervallen. De onderzoekers denken dat ze in de veel diepere Maasplassen overwinterden (WUR). In de Westeinderplassen blijven ze 's winters vooral onder de rietvelden (0297.nl).

Het seizoensdiagram verderop laat per maand zien hoe vaak een gemelde vangst een meerval is, vergeleken met het jaargemiddelde. Een drukke vismaand telt daarin dus niet vanzelf als een beter seizoen. Het diagram is gemaakt van de vangstmeldingen op mijnvismaat.nl van Sportvisunie.

Vistechnieken en materiaal

Op meerval vis je op drie manieren: verticaal vanuit een boot of bellyboat, met aas op of vlak boven de bodem, of met kunstaas. Bij elke manier hoort zwaar materiaal.

Verticaal vissen. Je drijft boven een diepe plek en laat je aas recht naar beneden zakken. Vaak is dat een flinke bundel dauwpieren. Met een dieptemeter zie je soms een meerval onder je liggen. Komt er een meerval omhoog, houd je aas dan stil: een meerval pakt bijna nooit een aas dat zakt (TotalFishing). Zo zijn ook Nederlandse records gevangen, vanuit een bellyboat met een bundel dauwpieren (Sportvisunie).

Klopvissen. Bij klopvissen sla je met een speciale stok, het kwakhout, op het water. Volgens meervalvissers lokt dat geluid de meerval naar boven, en een meerval hoort heel goed (zie Herkenning). De methode komt naar verluidt uit Hongarije. Ervaren vissers zeggen dat meervallen eraan gewend raken waar veel geklopt wordt, en dat het daar minder werkt (TotalFishing; TotalFishing).

Van bovenaf: een dode brasem op de natte bodem van een bootje, met een grote enkele haak door de bek en een drietandhaak in de flank, verbonden door een kort stukje lijn. Ernaast ligt de staarthelft van een doormidden gesneden brasemDode brasem als aas: heel, aan een enkele haak en een drietandhaak, of een halve

Aas op de bodem. Vanaf de kant ligt je aas meestal stil op één plek. Ook dan werkt een bundel dauwpieren, en niet alleen op kleine meervallen. Maar wormen zijn zacht: op of vlak bij de bodem heb je snel een lege haak (meerval.nl). Met een onderwaterdobber houd je het aas net boven de bodem. Dan peuzelen kreeften en krabben het minder snel weg (meerval.nl). Buiten april en mei kun je ook een dode vis of een stuk vis gebruiken. Brasem is in veel wateren de favoriete aasvis (meerval.nl). Ook inktvis is een bekend meervalaas (meerval.nl). Sommige vissers gebruiken pellets met veel vismeel. Waar meervallen daar niet aan gewend zijn, nemen ze die niet altijd meteen (meerval.nl).

Kunstaas. Met kunstaas vis je op meerval met grote shads aan een zware loodkop (Roofvisweb), of met pluggen en zware lepels (Raven). Ook kunstaas mag van 1 april tot eind mei niet (zie de regels).

Materiaal. De vuistregel van meervalvissers is: vis nooit te licht (meerval.nl). Een meerval vecht lang en hard. Met zwaar materiaal is de dril korter. Ook is de kans kleiner dat je lijn breekt en de meerval wegzwemt met een haak en een stuk lijn in zijn bek (meerval.nl). Een grove richtlijn (meerval.nl):

  • verticaal vanuit een boot: een korte hengel van 1,6 tot 2,4 meter, met een werpgewicht van 80 tot 200 gram;
  • met aas vanaf de kant: 2,8 tot 3,3 meter, werpgewicht 250 tot 300 gram;
  • kunstaas werpen: 2,1 tot 3,0 meter, werpgewicht 80 tot 150 gram.

Gebruik gevlochten lijn van 0,25 tot 0,50 mm, sterke haken van dik draad en wartels die minstens 100 kilo houden. En een molen met een goede slip (meerval.nl; meerval.nl).

Landen. Een gewoon schepnet is niet sterk genoeg voor een grote meerval. Meervalvissers landen hem met de hand: ze pakken hem met een handschoen bij de onderkaak (meerval.nl; Sportvisunie). Test eerst of de vis rustig is (Sportvisunie). Vis liefst met z'n tweeën: na een lange dril ben je zelf ook moe (Roofvisweb).

Veilig vissen op de rivier. Een groot schip kan niet zomaar uitwijken. Een verkeersleider van Rijkswaterstaat waarschuwt bellyboatvissers die in de vaargeul of bij sluizen en stuwen vissen: ‘Je speelt letterlijk met je leven’ (Hét VISblad). In de vaargeul van grote vaarwegen zoals de Waal mag je ook niet vanuit een bellyboat vissen (VISpas-voorwaarden, voorwaarde 12). Kribkoppen zijn glad, en er kunnen hoge golven komen (Roofvisweb).

Gesloten tijd en regels voor meerval

Voor de meerval geldt het hele jaar een gesloten tijd (Uitvoeringsregeling visserij, artikel 5c). Je mag op meerval vissen, maar elke meerval die je vangt, moet direct terug in hetzelfde water (Reglement minimummaten en gesloten tijden, artikel 2). Meenemen mag nooit. Je mag een meerval ook niet bij je hebben (Reglement minimummaten en gesloten tijden, artikel 3; Sportvisunie). Een meerval aan een touw vastleggen, of in een bewaarzak of sling houden om later een foto te maken, kan dus niet. Een ouder meervalhandboek beschrijft nog hoe je dat doet (meerval.nl, 2016), maar het mag niet. Een visser wilde een meerval opeten. Hij raakte zijn VISpas een paar maanden kwijt en kreeg een forse boete (Hét VISblad).

Waarom het hele jaar? Tot 2012 was de meerval een beschermde soort. In dat jaar kwam hij onder de Visserijwet. Het ministerie schreef toen dat de meerval sterk was toegenomen, maar dat het herstel nog pril was. Met een gesloten tijd voor het hele jaar kon er gericht op meerval worden gevist, terwijl de terugzetplicht de groei van de soort beschermt (Staatscourant 2012).

Aas in april en mei. Van 1 april tot de laatste zaterdag van mei mag je niet vissen met een dood visje, een stukje vis, slachtafval of kunstaas. Alleen kunstvliegen van hoogstens 2,5 cm mogen (Gezamenlijke Lijst; Reglement voor de binnenvisserij, artikel 6). Inktvis, garnalen, krabben en kreeften tellen hierbij ook als vis (Sportvisunie). Op een paar wateren in Zeeland geldt dit verbod niet, en op de Geul en haar zijbeken mag kunstaas wel (Reglement voor de binnenvisserij, artikel 6).

Let op: in de wet zelf loopt dit verbod tot en met 31 mei (Reglement voor de binnenvisserij, artikel 6). De uitzondering vanaf de laatste zaterdag van mei noemt alleen snoek, snoekbaars en baars (Uitvoeringsregeling visserij, artikel 61). Sportvisunie schrijft dat je vanaf die zaterdag weer met alle aassoorten mag vissen (Sportvisunie). Wil je zeker zijn, vis dan pas vanaf 1 juni met dood aas of kunstaas op meerval.

Wormen vallen niet onder dit verbod. Wel geldt in die weken een extra regel van de VISpas. Je mag niet zo vissen dat je waarschijnlijk snoekbaars vangt, bijvoorbeeld actief met een jigkop of een dropshot met wormen. Met een bundel wormen op meerval vissen mag uitdrukkelijk wel (VISpas-voorwaarden, voorwaarde 7). Gekleurde wormen of maden mag je tijdens het vissen nooit bij je hebben (VISpas-voorwaarden, voorwaarde 8).

Levend aas is verboden. Je mag geen levende vis als aas gebruiken (Besluit houders van dieren, artikel 1.18). Een aasvis moet je dus eerst doden (Gedragscode welzijn vis). Wormen en maden mogen wel (Gezamenlijke Lijst). In buitenlandse video's zie je soms meervalvissers met levend aas. In Nederland mag dat niet.

's Nachts vissen. De nacht loopt voor sportvissers van twee uur na zonsondergang tot een uur voor zonsopkomst. De eerste twee uur na zonsondergang tellen dus nog niet als nacht. Voor nachtvissen heb je met de VISpas de NachtVIStoestemming nodig. Die geldt alleen op wateren met een maantje in de Gezamenlijke Lijst. Op andere wateren mag nachtvissen alleen met toestemming van wie het visrecht heeft. Je mag hoogstens 3 x 24 uur op dezelfde plek vissen (VISpas-voorwaarden, voorwaarde 23).

Op het IJsselmeer. In de wet tellen het Markermeer en het IJmeer mee als IJsselmeer (Reglement voor de binnenvisserij, artikel 1). Daar is 's nachts vissen bij wet verboden (Uitvoeringsregeling visserij, artikel 24). Je vist er met hoogstens twee hengels (Reglement voor de binnenvisserij, artikel 8). En het aasverbod duurt er langer: van 16 maart tot en met 30 juni geen dode vis, stukjes vis of kunstaas. Wormen mogen wel (Gezamenlijke Lijst).

Hengels en haken. Met de VISpas vis je met hoogstens twee hengels. Een derde mag alleen met de Derde Hengeltoestemming, op wateren waar dat kan (VISpas-voorwaarden, voorwaarden 3 en 4). Aan elke hengel mogen hoogstens drie haken zitten: enkel, dubbel of drietand (Visserijwet, artikel 1). Laat een hengel met aas nooit onbeheerd achter (VISpas-voorwaarden, voorwaarde 6).

Bij stuwen. Op de Maas, de Lek, de Neder-Rijn en de Overijsselse Vecht mag je niet vissen tot 75 meter stroomafwaarts van een stuw. Ook niet in een vispassage, of binnen 25 meter van de bovenste opening ervan. Dat geldt niet als de stuw buiten werking is (Uitvoeringsregeling visserij, artikel 28c).

Over een echolood of over klopvissen vonden we geen regel: niet in de wet, niet in de VISpas-voorwaarden en niet in de Gezamenlijke Lijst. Kijk wel altijd in de Gezamenlijke Lijst wat er voor jouw water geldt, bijvoorbeeld of je er vanuit een boot of 's nachts mag vissen.

Meerval onthaken en terugzetten

Een grote meerval ligt half op zijn flank op een nat zeil op het gras aan de rivieroever, met een emmer water ernaastOp een nat zeil, op het gras, een kwartslag op zijn flank

Een meerval moet direct terug. Onthaak hem daarom het liefst in het water (Sportvisunie; Gedragscode welzijn vis). Sportvisunie geeft deze tips (Sportvisunie; Hét VISblad):

  • Neem de tijd om de vis goed uit te drillen. Test of hij rustig is voordat je hem pakt.
  • Pak hem met een handschoen bij de onderkaak. Gewone werkhandschoenen van de bouwmarkt zijn goed genoeg.
  • Vis je vanaf de kant? Leg de vis op een nat zeil en draai hem een kwartslag op zijn flank. Zo wordt hij rustiger. Houd de tijd boven water zo kort mogelijk.
  • Ondersteun grote vissen altijd met twee handen.
  • Zet de vis terug en wacht tot hij uit zichzelf wegzwemt.

Leg het zeil of de mat liefst op gras, niet op stenen, en sleep de vis nooit over zand of stenen (meerval.nl). Houd de vis nat met een emmer water (Roofvisweb). Wil je weten hoe lang hij is? Een ervaren meervalvisser laat de vis gestrekt in het water liggen en legt zijn hengel van precies twee meter ernaast als meetlat (Hét VISblad).

Over een foto zegt de wet niets. Die zegt alleen dat de vis ‘onmiddellijk’ terug moet. In de VISpas-voorwaarden staat dat een foto mag van vissen die terug moeten, als dat niet ten koste gaat van de gezondheid van de vis. Die uitleg staat bij de regel voor paling, karper, graskarper en beschermde soorten (VISpas-voorwaarden, voorwaarde 15). Maak je een foto, houd het dan heel kort. Ga bij de kop van de vis zitten en til hem daar een klein stukje op (Hét VISblad).

Vang je een meerval met een geel of wit merkje bij de rugvin? Dan is hij gemerkt voor onderzoek. Geef de lengte en de plek door via ‘Meld je vangst’ bij Sportvisunie (Hét VISblad).

De grootste meerval ooit gevangen

Het Nederlands record meerval is 251 centimeter. Greggor de Greef ving hem op 28 juli 2026 in een Nederlandse rivier. Het wereldrecord van de IGFA is een meerval van 134,97 kilo: Attila Zsedely ving hem in 2010 in de Po in Italië. De langste meerval die we als record op een lijst vonden, is 292 centimeter: het Poolse record uit 2025.

66 cm Een doorsnee meerval: de middelste van ruim 300 meervallen vanaf 20 cm die bij visstandonderzoek zijn gemeten

251 cm Nederlands record (2026)

292 cm De langste die we als record op een lijst vonden (Polen, 2025)

Op schaal. De stippellijn ligt op 2 meter. Het wereldrecord staat er niet in: IGFA noemt van die vis alleen het gewicht. Alle records staan in de tabel hieronder.

Records per land

Elk land houdt een eigen lijst bij, met eigen regels. De ene lijst kijkt naar lengte, de andere naar gewicht. De getallen zijn dus niet altijd te vergelijken.

Land Record Visser Water Datum Lijst
Nederland 251 cm Greggor de Greef — 28 jul 2026 Sportvisunie
Denemarken 32,927 kg Morten Rasmussen — 29 jun 2014 Danske Fiskerekorder
Duitsland 96,80 kg S. Kneip de Rijn 2021 Fisch & Fang
Hongarije 119,40 kg Bányai Péter Széki-tó (stuwmeer bij Devecser) 11 jun 2024 MOHOSZ
Letland 96,36 kg · 242 cm V. Putņins Daugava 2024 LMSF
Oostenrijk 260 cm Elvis Kisereu de Neue Donau (Wenen) 2024 Rekordfische Österreich
Polen 105,50 kg Władysław Bombik — 2017 Wiadomości Wędkarskie
Polen 292 cm Adrian Gontarz i Krzysztof Pyra stuwmeer van Rybnik 2025 Wiadomości Wędkarskie
Verenigd Koninkrijk 68,12 kg (150 lb 3 oz) Shaun Ing Chigborough Fisheries (Essex) 2024 BRFC
Zweden 60,10 kg · 195 cm Evert Rundblad Emån (Kalmar) 1 mei 1981 Sportfiskarna
Zwitserland 90 kg · 240 cm Ferati Jetmir Meer van Murten 30 sep 2015 Petri-Heil

Een streepje betekent dat de lijst het niet vermeldt. Gecontroleerd op 1 oktober 2026. Een record kan elk moment worden verbroken. Daarom controleren we deze lijsten minstens één keer per jaar.

In Nederland

De meerval hoort van nature in Nederland (Nederlands Soortenregister). Opgegraven botten laten zien dat hij hier zo'n 6.000 jaar geleden al leefde, op meerdere plaatsen (RAVON 2026). Vanaf de 15e eeuw, tijdens de Kleine IJstijd, verdween hij op veel plaatsen in Noordwest-Europa. In Nederland leefde hij daarna alleen nog in het Haarlemmermeer. In 1852 schreef Lubach dat de meerval met de droogmaking van dat meer ‘geheel uit de lijst onzer inlandsche visschen zal wegvallen’. Maar hij bleef over in de Westeinderplassen en de Ringvaart (RAVON 2026). Rond 1950 was de meerval in Nederland bijna uitgestorven (RAVON 2016).

De meervallen van de Westeinderplassen zijn bijzonder. Uit DNA-onderzoek blijkt dat ze een eigen, oude groep vormen, die sterk afwijkt van andere meervallen in Europa. Sinds ongeveer 2000 leven er ook meervallen van elders. Alle jonge meervallen die werden onderzocht, hadden genen van buiten de oude groep. Zo verdwijnt de oude Westeinder-meerval langzaam. Maar de nieuwe genen hebben de populatie tegelijk voor uitsterven behoed (RAVON 2026; Sportvisunie).

In 2022 leefden er in de Westeinderplassen naar schatting ruim 3.200 meervallen van meer dan 25 cm. Dat is ruim vier keer zoveel als tien jaar eerder (Rijnland). Groot worden ze er niet vaak: zelden langer dan anderhalve meter (RAVON 2016).

De terugkeer. Vanaf de jaren zeventig dook de meerval ook elders op. In Duitsland werden vanaf 1965 meervallen uitgezet. Die zakten waarschijnlijk de Rijn af. In 1976 ontsnapten honderden jonge meervallen uit een kwekerij bij Lelystad. De meervallen in de Maas komen waarschijnlijk uit een kwekerij in België. Ook hebben sportvissers op verschillende plaatsen illegaal meervallen uitgezet (RAVON 2026).

Dat de meerval zich nu zo goed uitbreidt, komt volgens RAVON door het warmere water. Sinds 1990 is het water van de Rijn en de Maas zo'n 90 dagen per jaar warmer dan 20 °C. Dat is ongeveer drie keer zoveel als in 1910. Daardoor kunnen meervallen zich beter voortplanten en groeien ze beter. Ook de sterke toename van exoten op de bodem, zoals rivierkreeften en de zwartbekgrondel, kan een rol hebben gespeeld. Die vormen een belangrijk deel van het menu van meervallen (RAVON 2026). Of de meervallen in onze rivieren afstammen van ontsnapte en uitgezette vissen, of op eigen kracht zijn gekomen, is nog niet bekend. Wageningen stelt voor om dat met DNA-onderzoek uit te zoeken (WUR).

Bedreigd? Op de Rode Lijst van Nederlandse vissen staat de meerval niet: hij is ‘thans niet bedreigd’ (Nederlands Soortenregister). Ook wereldwijd is hij niet bedreigd. De IUCN noemt hem ‘Least Concern’ (FishBase).

Gevolgen voor andere vissen. In Frankrijk, waar de meerval is uitgezet, kunnen meervallen veel trekvis eten. In één vistrap in de Garonne aten een paar meervallen in 2016 14 van de 39 gezenderde zalmen (Boulêtreau e.a. 2018). In Nederland is zoiets nog niet aangetoond. Bij Lith vonden de onderzoekers geen bewijs dat meervallen er veel trekvis eten. Maar er kwam ook weinig trekvis langs, en de meeste meervallen waren klein (WUR). Een rapport voor Rijkswaterstaat uit 2021 zegt dat nog niet vast te stellen is of meervallen in Nederland trekvis schaden (Claus e.a. 2021).

Troebel, voedselrijk water met weinig zuurstof is voor de meerval geen probleem (Claus e.a. 2021). Volgens de Duitse visonderzoeker Robert Arlinghaus wijst een meerval in principe op een natuurlijk ecosysteem, met kleine en grote dieren. Maar de soort stelt weinig eisen. Daarom bewijst een meerval niet dat het water ecologisch bijzonder gezond is (MDR).

Data-inzichten

Wat onze modellen laten zien over Europese meerval

Hoe je dit leest

Hieronder staat wat onze modellen in de data zien. Het zijn verbanden: waar het één voorkomt, komt het ander vaker voor. Dat is geen oorzaak. Elk model beantwoordt één vraag en mag niet meer zeggen dan het gemeten heeft. Het label bij de kop zegt welke vraag — en hoe zeker het antwoord is.

Waar deze soort leeft Groep, geen volgorde Sterk model

Dondervissen (Cottidae)Dondervissen (Cottidae)

Meervalwater herkent dit model aan waterinsecten en kleine bodemvissen. De weidebeekjuffer (Calopterygidae) en de blauwe breedscheenjuffer (Platycnemididae) horen erbij. Verder watermijten uit de families Lebertiidae en Hygrobatidae, en kokerjuffers uit de families Psychomyiidae en Hydroptilidae. Ook veel organisch materiaal op de bodem hoort bij dat beeld.

Een deel daarvan hoort bij stromend water: de twee juffers, de watermijten uit de familie Lebertiidae en de kokerjuffers uit de familie Psychomyiidae. Dat klopt met waar de meerval thuishoort: grote en middelgrote laaglandrivieren, oude armen en goed begroeide meren. Zo'n water is precies wat deze lijst beschrijft.

Daarnaast staan er kleine bodemvissen in: bittervoorn, dondervissen (Cottidae), grondels (Gobiidae), de zwartbekgrondel en de driedoornige stekelbaars. Er staat zelfs een visbloedzuiger (Piscicolidae) bij. Dat leest als een menukaart, en die verleiding moeten we weerstaan. Volwassen meerval eet vis, maar dit model meet alleen dat die vissen in hetzelfde water voorkomen. Wie wie opeet, zien wij niet.

Nog iets, en dat is nuttig om te weten bij elk model op deze site. Twee signalen staan er dubbel in. De bittervoorn komt twee keer voor: onder zijn huidige naam Rhodeus amarus én onder Rhodeus sericeus. Rhodeus sericeus is een restant uit de tijd dat de Europese bittervoorn en zijn Siberische verwant als één soort golden. En de grondels staan er als familie én als zwartbekgrondel apart. Er zitten dus minder verschillende signalen in dit model dan er namen staan.

Beste visplekken

De beste visplekken, gekozen uit 66 plekken waar deze soort is geregistreerd.

Seizoenspatronen

Per maand: hoe vaak een gemelde vangst deze soort is, vergeleken met het jaargemiddelde van de soort (de stippellijn). We rekenen ten opzichte van alle vangsten in die maand, dus een drukke maand telt niet vanzelf als een beter seizoen.

jaargemiddelde gesloten tijd vissen mag, terugzetten verplicht

Bron: vangstmeldingen op mijnvismaat.nl (Sportvisunie), tot en met 30 september 2026.

Waar de modellen op letten

Upgrade om de belangrijkste voorspellers en statistische inzichten voor deze soort te zien.

Bekijk op kaart

Verwante soorten