Ga naar inhoud
MEER

IJsselmeer

Meer / plas·52.80951, 5.37856·1,121 km²

Gemiddeld 4,6 m diep, op het diepste punt 22 m (bodem onder NAP, gemeten door Rijkswaterstaat in 2012).

20
Geregistreerde vissoorten
85% van NL
Diverser dan
cm
Grootste vangst
Ingemeten
Dieptegegevens
Kaartlagen
Ingemeten multibeam
ondiepmiddendiep
Wat betekenen Algemeen / Bijzonder / Zeldzaam / Mythisch?

Het label zegt hoe wijdverspreid een soort is: in welk deel van de Nederlandse meetgebieden hij ooit is gevonden. Het zegt niet hoeveel er hier van zijn. Een soort die maar in een paar gebieden voorkomt, kan daar juist heel talrijk zijn. De gegevens komen uit onderzoek in het water. Een plant van de oever of van het droge land, zoals adelaarsvaren, staat daar maar zelden in. Zo’n plant kan dus “zeldzaam” of “mythisch” heten, ook als hij op het land heel gewoon is. Zoetwatersoorten worden vergeleken met zoete meetgebieden en zeesoorten met zoute. Ruim de helft van alle meetgebieden ligt in zee: afgezet tegen het hele land zou geen zoetwatervis ooit “algemeen” kunnen heten.

Algemeen≥30%Bijzonder10–30%Zeldzaam3–10%Mythisch<3%
Spiering
osmerus eperlanus
Bijzonderin 11,8% van NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt100%
Pos
gymnocephalus cernuus
Algemeenin 67,5% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt100%
Voorn
rutilus rutilus
Algemeenin 91,9% van zoet NL
Geregistreerde vissen1.157
grootste cm
geschikt100%
Baars
perca fluviatilis
Algemeenin 91,9% van zoet NL
Geregistreerde vissen960
grootste cm
geschikt100%
Snoekbaars
sander lucioperca
Algemeenin 55,2% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt98%
Brasem
abramis brama
Algemeenin 82,3% van zoet NL
Geregistreerde vissen317
grootste cm
geschikt100%
Bot
platichthys flesus
Algemeenin 46,4% van zout NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt100%
Winde
leuciscus idus
Algemeenin 44,6% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt87%
Marmergrondel
proterorhinus semilunaris
Algemeenin 32,5% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt53%
Haring
clupea harengus
Algemeenin 74,6% van zout NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt98%
Driedoornige stekelbaars
gasterosteus aculeatus
Algemeenin 56% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt88%
Kleine modderkruiper
cobitis taenia
Algemeenin 51,5% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt79%
Aal
anguilla anguilla
Algemeenin 70,7% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt98%
Zeelt
tinca tinca
Algemeenin 76,1% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt88%
Karper
cyprinus carpio
Algemeenin 53,7% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt54%
Snoek
esox lucius
Algemeenin 88,8% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt99%
Rivierdonderpad
cottus gobio
Bijzonderin 12,7% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt76%
Grote marene
coregonus lavaretus
Mythischin 1,1% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
Rivierprik
lampetra fluviatilis
Zeldzaamin 3,3% van zout NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt94%
Grootkopkarper
hypophthalmichthys nobilis
Mythischin 0,5% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
Voedselweb

De voedselketen van het IJsselmeer

Wie dit water wil lezen, begint op de bodem. Grote delen van de harde ondergrond zijn bedekt met driehoeksmosselen; ze filteren het water helderder en vormen de basis van het voedselweb. Op de mosselrijke delen kom je in onze gegevens opvallend vaak zeelt, rietvoorn en snoek tegen. Naar de kalere, diepere zandbodem verschuift het beeld: daar draait het om aasgarnalen, en juist daar hoort snoekbaars vaak bij. Één klein visje verraadt de gezondheid van het geheel: gaat het goed met de spiering, dan profiteren roofvis én vogels mee.

Driehoeksmosselen (Dreissenidae) op de bodem van het IJsselmeer
Voedselketens uit dit meer
Micro-organismenAlgenin 401 van de 401 monsters1990–2023
OngewerveldenDriehoeksmosselenin 65 van de 140 monsters1983–2023
VisBlankvoornin 78 van de 84 vangsten2006–2020
OngewerveldenAasgarnalenin 33 van de 140 monsters1983–2023
VisSpieringin 75 van de 84 vangsten2006–2020
RoofvisSnoekbaarsin 55 van de 84 vangsten2006–2020

Wat hier leeft, komt uit monsters en visvangsten in het meer zelf. Een pijl wijst naar wie het eet. Dat komt uit onderzoek elders: de bronnen staan hieronder.

Waterplanten

De waterplanten van het IJsselmeer

Onder de waterspiegel bepalen waterplanten waar het leven zich verzamelt. Kranswieren horen bij helder, schoon water — staan ze er, dan is het zicht meestal goed. Verder groeit hier fonteinkruid, een klassieke onderwaterplant die jonge vis dekking geeft — en waar jonge vis dekking zoekt, komt de roofvis jagen.

De waterplanten van het IJsselmeer
Ongewervelden

Ongewervelden en prooi

De motor van het voedselweb zit op en in de bodem. Muggenlarven vormen er een van de belangrijkste voedselbronnen — bijna elke bodemvis graast erop. Vlokreeften gaan hier vaak samen met spiering, en waar de spiering zit, volgt de roofvis. Op de hardere delen liggen erwtenmosselen tussen de driehoeksmosselen; samen filteren ze het water en houden ze de bodem levend.

Ongewervelden en prooi
Microleven

Microleven aan de basis

Aan de basis van alles staat het microleven. Kiezelwieren — microscopisch kleine algen met een glazen skelet — vangen het zonlicht en voeden de hele keten daarboven; in onze gegevens hangen ze samen met soorten als snoek en fint. Bij warm, voedselrijk water kunnen blauwalgen de overhand krijgen, wat je terugziet in de algendruk op dit water. Klein leven, grote gevolgen.

Microleven aan de basis
Het water

Over dit water

Het IJsselmeer is geen gewoon meer maar een echte binnenzee: groot, open en over het algemeen ondiep. Wanneer je vangt, hangt vooral af van het seizoen en de watertemperatuur. Waar je vangt, hangt af van de structuur. De bodem is grotendeels vlak; vaargeulen, zandbanken en de harde, mosselrijke delen vormen de duidelijkste structuur. Het peil wordt kunstmatig geregeld: bij de Afsluitdijk wordt overtollig water op de Waddenzee gespuid. Bij een zware noordwesterstorm stuwt de wind het water zo hoog op dat bij Ramspol een opblaasbare dam het Zwarte Meer afsluit. Het IJsselmeer is met sonar ingemeten; hoe we diepte elders vanaf satellietbeeld modelleren — en waar dat wél en niet lukt — lees je in ons onderzoek naar satellietdiepte.

Geschiedenis

Ontstaan en geschiedenis

Tot 1932 was dit de Zuiderzee, een zoute zeearm met open verbinding naar de Noordzee. Met de Afsluitdijk werd die verbinding afgesneden en veranderde het water in korte tijd van zout naar zoet. Die overgang zit nog altijd in het visbestand: naast de klassieke zoetwatervissen duiken hier soms soorten op die herinneren aan het zoute verleden.

Geschiedenis

Vispassages in de Afsluitdijk

Voor trekvissen staat de Afsluitdijk in de weg. Dat zijn vissen die zout én zoet water nodig hebben om op te groeien en te paaien. Daarom is er sinds 2015 de vispassage bij Den Oever: een buis dwars door de dijk, waar zoet IJsselmeerwater doorheen naar de Waddenzee stroomt. Vissen ruiken dat water en zwemmen door de buis het meer in. In het voorjaar zijn het vooral glasaaltjes, jonge paling: soms wel 50.000 in één nacht.

Bij Kornwerderzand komt er een tweede route bij: de Vismigratierivier, een slingerende rivier van zo’n vier kilometer dwars door de dijk. Zout en zoet water komen daarin langzaam samen, zodat vissen kunnen wennen. Sterke zwemmers als zalm en zeeforel komen er straks op eigen kracht doorheen; glasaal en spiering laten zich meevoeren door de stroom. De opening staat gepland voor 2027.

Vissen

Vissen op het IJsselmeer

Door de schaal is dit vooral bootwater. Zoek de overgangen op: de randen van vaargeulen, zandbanken en de diepere delen waar roofvis het voer opzoekt. Vanaf de kant richt je je op havenmonden, strekdammen en dijkvakken waar structuur en stroming samenkomen. Van oudsher is het een sterk roofvis- en witviswater; hieronder lees je waar je de belangrijkste soorten zoekt.

VISSEN OP

Snoekbaars

Snoekbaars is dé roofvis van het IJsselmeer en houdt van de overgangen: de randen van vaargeulen, diepere putten en de flanken van zandbanken. Troebel, door wind opgewerkt water speelt in zijn voordeel — dan jaagt hij ook overdag. Verticaal vissen of slepen langs die geulranden is de klassieke aanpak; vanaf de kant zijn strekdammen bij oplopend water kansrijk.

Snoekbaars
VISSEN OP

Baars

Baars zwemt in scholen en jaagt op klein spul — spiering en jonge witvis. Zoek hem rond structuur: strekdammen, stortstenen, de kop van zandbanken en de mosselrijke bodem waar zijn prooi zit. Waar de wind aasvis samendrijft, verzamelt de baars zich mee. Kleine shads en verticaal jiggen doen het langs de hardere delen goed.

Baars
VISSEN OP

Snoek

Snoek mijdt het kale open water en zoekt juist de luwe, structuurrijke randen: havenmonden, ondiepe begroeide oevers en de overgang van zandbank naar dieper water. Bij aanlandige wind die aasvis tegen de kant drukt, staat de snoek in de luwte erachter klaar. Grote shads en jerkbaits langs die randen; het IJsselmeer levert echte metervissen.

Snoek
VISSEN OP

Karper

Karper wordt op het IJsselmeer vaak over het hoofd gezien, maar er zwemt hier vis van serieus formaat. Het kale open water kun je overslaan: kansrijk ben je in havens, luwe hoeken achter strekdammen en langs ondiepe, sneller opwarmende oevers. Een aanlandige wind die voedsel tegen je oever opstuwt, kan het verschil maken.

Karper
VISSEN OP

Aal

Aal (paling) is een nachtjager die overdag wegkruipt tussen stortstenen, in havens en langs de zachtere bodem. Vis ’s avonds en ’s nachts met een bodemtuig dicht bij die structuur. Het IJsselmeer is van oudsher een sterk aalwater, maar de soort staat zwaar onder druk: je mag op aal vissen, maar elke aal moet je terugzetten, het hele jaar door.

Aal
VISSEN OP

Brasem

Brasem trekt — met voorn en kolblei — in enorme scholen over de vlakke bodem, waar ze zich voeden met bodemdiertjes rond de mosselbanken. Ze zijn mobiel: waar de wind het water kleurt en voedsel opwoelt, verzamelt de school zich. Feedervissen of een verzwaard bodemtuig op de overgangen van geul naar plateau werkt het best.

Brasem
Bijzonder

Bijzondere soorten

Het bijzonderst is de terugkeer van trekvis. De noordzeehouting — een zalmachtige die tussen zoet en zout pendelt — is hier na jaren weer aanwezig. Hij is een van de soorten waarvoor de Vismigratierivier bij Kornwerderzand is bedacht.

Bijzondere soorten

Watersamenstelling
Zuurstofverzadiging
79.8%
Totaal fosfor
0.255mg/l
Totaal stikstof
2.77mg/l
Ammonium
1.07mg/l
Chlorofyl-a
49.7ug/l
Chloride
427mg/l
Zink
6.34ug/l
Lood
0.591ug/l
Blauwalg in eerder onderzoek
vaak gevonden
geen actuele meting
t.o.v. alle gemonitorde NL-wateren sinds 2015 · 173 meetpunt(en)
Door de jaren
Totaal fosfor0.22 mg/l
Totaal stikstof2.22 mg/l
Ammonium0.74 mg/l
2009percentiel t.o.v. alle NL-wateren — lager is schoner2025