Ga naar inhoud

Kleine modderkruiper

Cobitis taenia

Cobitidae Seizoen open

Herkenning

De kleine modderkruiper is een slanke, langwerpige bodemvis van 6 tot 10 cm lang. Het lichaam is zijdelings licht afgeplat met een rij opvallende donkere vlekken langs de flank. Kenmerkend is de kleine, uitklapbare stekel onder elk oog — een verdedigingsmechanisme dat uniek is voor de modderkruiperfamilie. Rond de bek zitten zes korte bekdraden (drie paar). De kleur is lichtbruin tot zandkleurig met donkere marmeringen. Het verschil met het bermpje: de modderkruiper is platter, heeft de oogstekel, en heeft regelmatigere vlekken langs de zijlijn.

Gedrag & leefwijze

De kleine modderkruiper leeft ingegraven in zandig of modderig bodemsubstraat — alleen de kop steekt boven het sediment uit. Overdag is hij vrijwel onzichtbaar; pas in de schemering komt hij tevoorschijn om te foerageren op kleine wormen, muggenlarven en organisch materiaal in de bodem. De soort prefereert stilstaand of langzaam stromend water met een zachte bodem en rijke waterplantenbegroeiing. Bij verstoring graaft hij zich razendsnel in. De paai vindt plaats in mei-juni, waarbij eitjes op waterplanten worden afgezet.

In Nederland

De kleine modderkruiper is beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn (Bijlage II) en de Wet natuurbescherming. In Nederland komt hij verspreid voor in sloten, polderwateren, vijvers en langzaam stromende beken, vooral in laagveengebieden en rivierkleilandschappen. De soort is een indicator voor wateren met een natuurlijke, onverstoorde bodem en rijke onderwatervegetatie. Ook in grote, plantenrijke meren komt hij voor: in het Zwarte Meer bij Kampen zat hij bij visonderzoek in 2008 en 2011 in de meeste netten. Populaties staan onder druk door baggerwerkzaamheden, oeververharding en watervervuiling. De kleine modderkruiper heeft geen betekenis voor de sportvisserij en is te klein en te zeldzaam om te verstoren.

Data-inzichten

Wat onze modellen laten zien over Kleine modderkruiper

Hoe je dit leest

Hieronder staat wat onze modellen in de data zien. Het zijn verbanden: waar het één voorkomt, komt het ander vaker voor. Dat is geen oorzaak. Elk model beantwoordt één vraag en mag niet meer zeggen dan het gemeten heeft. Het label bij de kop zegt welke vraag — en hoe zeker het antwoord is.

Waar deze soort leeft Groep, geen volgorde Sterk model

Bittervoorn (Rhodeus amarus)Bittervoorn (Rhodeus amarus)

De bovenste namen liggen hier zo dicht bij elkaar dat er geen winnaar is aan te wijzen. Het gezelschap is wel duidelijk: zeelt, bittervoorn, marmergrondel, snoek, rietvoorn en vetje.

Dat is klein, stil, begroeid water. Er staan ook planten en kleine dieren in die daarbij horen: kroos (Araceae), pijlkruid en waterweegbree (Alismataceae), eendagsvliegen (Caenidae), dwergwaterbootjes (Micronectidae) en watermijten uit de familie Arrenuridae.

FishBase zet de kleine modderkruiper in traag stromend en stilstaand water met een fijne zandbodem, waar hij zich overdag ingraaft en 's nachts zand door zijn kieuwen filtert om voedseldeeltjes eruit te halen.

Dat de bittervoorn hier hoog staat, is geen toeval: op de bittervoornpagina staat de kleine modderkruiper juist bovenaan. Twee kleine vissen die hetzelfde soort water zoeken.

Waar er veel van zitten Groep, geen volgorde Zwak model

Watertreders (Haliplidae)Watertreders (Haliplidae)

Dit model is zwak. Bij veel kleine modderkruiper horen spinnende waterkevers (Hydrophilidae), schijfhoornslakken (Planorbidae), pluimdragers (Valvatidae), zwemwantsen (Naucoridae), de zoetwatergarnaal (Atyidae) en het groot blaasjeskruid (Lentibulariaceae).

Minder tellen we bij watertreders (Haliplidae), steltmuggen (Limoniidae) en pluimmuggen (Chaoboridae).

Beste visplekken

De beste visplekken, gekozen uit 739 plekken waar deze soort is geregistreerd.

Waar de modellen op letten

Upgrade om de belangrijkste voorspellers en statistische inzichten voor deze soort te zien.

Bekijk op kaart

Verwante soorten