De snoek is de bekendste roofvis van Nederland, en snoek vissen kan bijna overal: in de sloot achter het dorp, op de grote meren en langs de rivieren. Op deze pagina lees je hoe je een snoek herkent, waar hij staat, hoe je hem vangt en wanneer je op snoek mag vissen. Onderaan zie je wat onze modellen in de vangstdata vonden.
Herkenning
De kop van de snoek: eendensnavel, tanden naar achteren, goudgeel oogEen snoek herken je in één oogopslag aan zijn kop. De snuit is breed en plat, als een eendensnavel, en de onderkaak steekt iets voorbij de bovenkaak. In de bek staan rijen scherpe tanden die naar achteren wijzen, richting de keel. Onder de onderkaak zit aan elke kant een rij kleine poriën, meestal vijf. Daarmee voelt de snoek trillingen in het water. Het oog is groot en rond, met een goudgele iris en een zwarte pupil.
Het lichaam is lang en smal. De rug is donkergroen tot olijfkleurig, de buik crèmewit. Op de flanken staan lichte, ovale vlekken in losse rijen. Tussen waterplanten valt de vis daardoor nauwelijks op. Let op de rug- en aarsvin: die staan ver naar achteren, vlak voor de staart, recht tegenover elkaar. Zo kan de snoek vanuit stilstand in één slag naar voren schieten. Jonge snoeken hebben nog geen vlekken, maar lichte dwarsbanden.
Vrouwtjes worden veel groter dan mannetjes. Bijna elke snoek van meer dan een meter is een vrouwtje. Volgens FishBase kan een vrouwtje ongeveer anderhalve meter lang worden.
Snoek of snoekbaars?
Boven de snoek, onder de snoekbaarsVeel beginnende vissers halen snoek en snoekbaars door elkaar. Kijk eerst naar de flank: de snoek heeft lichte vlekken, de snoekbaars heeft donkere dwarsbanden. Kijk dan naar de rug. De snoek heeft één zachte rugvin, ver naar achteren. De snoekbaars heeft er twee, en de voorste zit vol stekels. De bek van de snoek is breed en plat; die van de snoekbaars is smaller en spitser, met twee grote hoektanden voorin. De snoekbaars heeft ook een hogere rug en een groot, glazig oog dat licht weerkaatst. Daarmee jaagt hij in de schemering en in troebel water.
Ook hun plek verschilt. De snoek ligt tussen de planten en langs de kant. De snoekbaars zoekt open, dieper en troebeler water: kanalen, havens en de grote rivieren.
Leefwijze en paai
De paai: één groot vrouwtje, een paar kleine mannetjes, een paar decimeter waterDe snoek jaagt alleen. Hij ligt stil tussen de planten of langs een rietkraag en wacht tot er een vis langskomt. Dan schiet hij in één keer naar voren. Zijn menu bestaat vooral uit vis: blankvoorn, brasem, baars, en ook kleinere snoek. Een flinke brasem past er makkelijk in. Soms pakt hij een kikker of een rivierkreeft.
De paai is het bijzonderste stuk van zijn jaar. Snoek paait heel vroeg: meestal in maart en april, soms al in februari. De paai komt op gang als het water rond de negen tot twaalf graden is. Daarvoor trekt hij naar heel ondiep water: ondergelopen gras, oude rietstoppels, een sloot van een paar decimeter diep. Eén groot vrouwtje wordt daar gevolgd door een paar veel kleinere mannetjes. Al zwemmend strooit ze haar eitjes over de planten. De eitjes zijn kleverig en blijven aan het gras plakken. Daarna is het klaar: snoeken zorgen niet voor hun eieren of jongen. Het vrouwtje trekt weg, de mannetjes blijven nog een tijdje hangen. Na een paar weken komen de jonge snoekjes uit. Ze eten eerst watervlooien en kleine insecten, en al snel ook elkaar.
Dat ondiepe paaiwater is precies waarom de gesloten tijd zo vroeg in het jaar valt. Daarover lees je bij gesloten tijd voor snoek.
Waar staat de snoek
Krabbenscheer: dekking én uitzichtZoek de snoek niet in het open water, maar bij iets. Hij wil dekking, en hij wil dat de prooi langs hem komt. De rietkraag is de klassieke plek: de snoek ligt in de rand, met zijn kop naar buiten. Even goed zijn velden krabbenscheer en andere waterplanten, vooral de buitenrand, waar het plantendek ophoudt en het water dieper wordt. Zo'n overgang van ondiep naar diep is bijna altijd goed: de rand van een ondiepe plaat die naar de geul zakt, de kant van een put in een plas, de voet van een steile oever.
In stadswater en op kanalen zoek je hard spul: brugpijlers, steigers, een havenmond waar het water in en uit stroomt, de hoek van een kademuur. In de rivieren staan snoeken in de luwte van de kribben, in de kribvakken, niet in de stroom zelf. In de winter, als de planten weg zijn, trekt de snoek in de polder naar de bredere en diepere sloten en tochten, en naar het diepe water bij een gemaal.
In de vangstdata zien onze modellen vooral het plantenrijke water terug; wat ze precies zagen, lees je onderaan deze pagina. Wil je een groot water met alles erop en eraan, met havens, zandbanken en geulen, kijk dan eens naar het IJsselmeer.
Snoek vissen door het jaar
Winter: diep, langzaam, en vaak de zwaarste vis van het jaarWat bepaalt of de snoek pakt? Vooral het seizoen en de watertemperatuur. De snoek is een koudwatervis. Hij is het actiefst als het water afkoelt, in het najaar en de winter. Bij warm water eet hij juist weinig. Luchtdruk en bewolking doen er veel minder toe dan vaak wordt gezegd. Kijk dus eerst naar de tijd van het jaar en de watertemperatuur, en pas daarna naar de lucht.
Na de gesloten tijd. In juni is de snoek klaar met paaien en staat hij weer ondiep, langs het riet en boven de eerste planten. Hij is mager en hongerig. Vis ondiep, met kunstaas dat langzaam boven de planten blijft.
Zomer. Warm water is lastig voor de snoek: het bevat minder zuurstof, en juist een grote snoek heeft daar het meeste last van. Hij ligt aan de koele kant van een plantenveld of iets dieper en jaagt vooral bij zonsopgang en in de avond: vis op die uren. En let op: een zomersnoek herstelt slecht. Speel hem snel, houd hem zo kort mogelijk uit het water en zet hem meteen terug. Is het water echt warm, wacht dan een dag. Hoe je dat goed doet, staat bij onthaken en terugzetten.
Herfst. Het water koelt af en de snoek begint aan zijn lange vreetperiode: hij eet zich vol voor de winter en pakt nu ook grote prooi. Dit is de beste tijd van het jaar, en de tijd van de grote vissen. Grote pluggen, swimbaits en grote shads langs de plantenranden, en steeds dieper naarmate de planten verdwijnen.
Winter. Het gaat langzaam. De planten zijn weg, de snoek ligt diep en beweegt weinig. Een dood aasvisje op de bodem, stil of heel langzaam gesleept, vangt nu meer dan een snelle plug. Vis de diepe randen en putten, en in de polder de bredere sloten. Een wintersnoek is vaak een zware snoek: de vrouwtjes zitten dan al vol kuit.
Voorjaar. De snoek trekt naar het ondiepe paaiwater en de gesloten tijd gaat in. Wat je dan wel en niet mag, lees je hieronder.
Vistechnieken en materiaal
Altijd een bijtvaste onderlijn tussen lijn en kunstaasSpinnen met kunstaas is de meest gevisde methode. Welk kunstaas werkt, hangt af van het seizoen, zie hierboven. Grote shads en andere softbaits doen het bijna altijd. Jerkbaits zijn de klassieke snoekpluggen voor ondiep water: korte tikken met de hengeltop, en de plug schiet van links naar rechts. Spinners en lepels zijn simpel en goed voor de sloot. Topwater-kunstaas werkt op warme zomerochtenden boven de planten. Vliegvissen op snoek groeit: een grote streamer aan een zware vliegenhengel, ondiep, in het voorjaar en de zomer.
Een hengel van 2,40 tot 2,70 meter met een werpgewicht van 40 tot 80 gram past bij het meeste snoekwerk, met een stevige molen en gevlochten lijn. Vis altijd met een bijtvaste onderlijn tussen de lijn en het kunstaas: snoektanden snijden een gewone lijn zo door. Welk materiaal je daarvoor kiest, is aan jou, als het maar snoekbestendig is.
Dood aas voor snoek: zeevis van de visboer, een blankvoorn en een onderlijn met twee dreggenDood aas is de tweede methode, en in de winter vaak de betere. Een dood visje, zoals een blankvoorn, sprot of makreel van de visboer, aan een onderlijn met twee dreggen, op de bodem of net erboven. Een dobber of een beetmelder laat de beet zien. Sla snel aan. Laat de snoek het visje niet ver inslikken, want dan zit de haak diep en wordt onthaken lastig.
Je kunt een dood visje op twee manieren aanbieden, en dat maakt verschil voor wat je vangt. Ligt het visje stil op de bodem, aan een doorlopend lood, dan vang je vaker de grotere snoek. Dat lood schuift vrij over de lijn, zodat de snoek geen weerstand voelt. Zweeft het visje onder een dobber net boven de bodem, dan zijn het meestal de kleinere.
Veel vissers duwen een stukje balsahout in het aasvisje, zodat het net van de bodem loskomt. Het visje ligt dan beter in het zicht. Ook de wolhandkrab komt er minder makkelijk bij: plat op de bodem is een aasvisje een makkelijke prooi voor hem.
Neem altijd een lange tang mee: een onthaaktang of een lange arterieklem. Een snoek onthaak je nooit met je vingers. Waarom, lees je bij onthaken en terugzetten. Neem ook een schepnet met grote, rubberen mazen; fijne mazen beschadigen de vinnen en de slijmlaag.
Gesloten tijd voor snoek
Elk voorjaar is er een gesloten tijd voor snoek. Waarom, staat hierboven bij de paai: de snoek trekt dan naar heel ondiep water, naar ondergelopen gras en oude rietkragen, en ligt daar in een paar decimeter water. Een vrouwtje dat daar gevangen wordt, verliest kuit of laat haar paaiplek in de steek. Daarom is de snoek beschermd van vlak voor de paai tot ruim erna. Dat gaat in twee stappen: eerst mag je nog wel vissen, maar moet elke snoek terug; daarna komt er een verbod op kunstaas en dood aas bovenop. De precieze datums staan in de tabel hieronder.
- 1 maart – 31 maart Gesloten tijd: vangen en direct terugzetten Je mag vissen, ook met kunstaas. Maar elke vis die je vangt, gaat meteen terug.
- 1 april – 29 mei Gesloten tijd: niet te bevissen Bovenop de terugzetplicht geldt een verbod op kunstaas, dood aas, stukjes vis en slachtproducten. Alleen kunstvliegen kleiner dan 2,5 cm mogen nog. In de praktijk kun je deze vis dan niet bevissen.
- 30 mei – 28 februari nu Open De gewone regels gelden. Je mag een vis meenemen als hij lang genoeg is.
De gesloten tijd duurt tot de laatste zaterdag van mei. Op die zaterdag mag je weer vissen. Die datum verschuift dus elk jaar: 30 mei 2026 · 29 mei 2027 · 27 mei 2028. De wettelijke minimummaat is 45 cm (Uitvoeringsregeling visserij, art. 5b).
Buiten de gesloten tijd geldt een minimummaat: een snoek kleiner dan 45 centimeter moet altijd terug (Uitvoeringsregeling visserij, artikel 5b). Maar de wet is niet het hele verhaal. De VISpas-voorwaarden gaan verder: daaronder mag je hooguit één snoek meenemen, en alleen een vis tussen de 45 en 80 centimeter. Een grote snoek gaat dus ook terug. En op veel wateren mag je helemaal geen snoek meenemen, het hele jaar niet. In Friesland geldt bijvoorbeeld een terugzetplicht voor snoek. Controleer daarom altijd de Gezamenlijke Lijst van Nederlandse Viswateren of de VISplanner-app voor het water waar je vist.
Mag je in maart op snoek vissen?
Ja. In maart is de gesloten tijd voor de snoek al begonnen, maar het verbod op kunstaas en dood aas nog niet; dat gaat pas in april in. Je mag in maart dus gewoon met kunstaas vissen. Vang je een snoek, dan moet die meteen terug in hetzelfde water. Pas als het aasverbod ingaat, is de snoek in de praktijk niet meer te bevissen: zonder kunstaas, dood visje of stukje vis blijft alleen een kunstvlieg kleiner dan 2,5 centimeter over.
Twee regels om te onthouden. In de gesloten tijd gaat elke snoek direct terug. Daarbuiten kijk je eerst naar de voorwaarden van je water voordat je er een meeneemt. Twijfel je? Terugzetten is altijd goed.
Snoek onthaken en terugzetten
Een snoek heeft honderden tanden, in rijen, en ze staan naar achteren gebogen, richting de keel. Wat de bek in gaat, komt er niet zomaar dezelfde weg uit. Een vinger ook niet. Daarom is een lange tang geen extraatje, maar vaste uitrusting. Onthaak met een lange onthaaktang of een arterieklem, en houd je vingers uit de bek.
Om de snoek vast te houden gebruik je de kieuwgreep. Til het kieuwdeksel iets op en schuif je vingers erachter. Daar voel je een harde rand: de benige boog van de onderkaak. Pak die rand vast tussen duim en vingers, en blijf van de rode kieuwen af. Die zijn zacht, ze bloeden snel en ze herstellen niet. Met je andere hand steun je de buik. Houd een snoek altijd horizontaal. Hang een grote vis nooit verticaal aan alleen de kaak: zijn eigen gewicht trekt dan aan zijn rug en zijn organen.
Lastig uit te leggen, makkelijk te zien. In deze video van Vissen Doe Je Zo! doet Daniël van Sportvisunie de kieuwgreep stap voor stap voor.
Neem een onthaakmat mee, zeker voor grote vis. Leg de mat nat neer, maak je handen nat en zorg dat tang, haken en camera klaarliggen voordat de vis op de kant is. Hoe korter een snoek uit het water is, hoe beter. Een foto mag, maar snel, en laag boven de mat. Zet hem daarna rechtop in het water en wacht tot hij zelf wegzwemt; houd hem even vast als dat nodig is. In de zomer telt dit allemaal dubbel. De snoek is een koudwatervis: in warm water heeft hij juist meer zuurstof nodig, terwijl het water er minder bevat. Na een zware dril duurt het herstel daardoor veel langer.
De grootste snoek ooit gevangen
Het Nederlands record snoek is 138 centimeter. Siegfried Schön ving hem in oktober 2019. Het wereldrecord is een snoek van 25 kilo: Lothar Louis ving hem in 1986 in Duitsland. De langste snoek die we op een officiële recordlijst vonden, is 153,67 centimeter: in 2004 gevangen in Canada.
45 cm Minimummaat: een kleinere snoek mag je niet meenemen
120 cm De langste van ruim 75.000 snoeken die bij visstandonderzoek zijn gemeten
128 cm Wereldrecord op lengte (IGFA, 2025)
138 cm Nederlands record (2019)
153,67 cm De langste die we op een recordlijst vonden (Canada, 2004)
Nederlands record
138 cm
Siegfried Schön ving deze snoek in oktober 2019, alleen in een klein bootje, op kunstaas. Schön is geboren in Duitsland, woont in België en vist vooral in Nederland. De vis was zo lang dat hij de foto op het meetlint met de panoramastand van zijn telefoon moest maken. Daarna zette hij hem terug. Waar hij hem ving, vertelt hij niet. Het vorige record was 134 cm, gevangen door Nico Molkens in maart 2017 (Sportvisserij Nederland).
De Nederlandse recordlijst kijkt alleen naar lengte, in hele centimeters. Een vis telt mee als hij aan de hengel is gevangen, in de bek is gehaakt en levend is teruggezet in hetzelfde water. Gewicht speelt geen rol.
Wereldrecord
25 kg
Het wereldrecord wordt bijgehouden door de IGFA, de internationale organisatie voor hengelrecords. Lothar Louis ving de snoek van 25 kilo in oktober 1986 op een lepel, in een baggerplas bij Greffern. Dat dorp ligt aan de Rijn, op de grens met Frankrijk. De vis werd gewogen op de geijkte weegschaal van een slager, met getuigen erbij. De Duitse recordlijst van Fisch & Fang heeft dezelfde vis op nummer 1. Die lijst noemt 12 oktober en een baggerplas bij Bühl, een stad in de buurt. IGFA houdt 16 oktober aan en publiceert alleen het gewicht. Volgens snoekkenner Jan Eggers was de vis 136 cm lang.
Voor lengte heeft IGFA een apart wereldrecord: 128 cm, in 2025 gevangen in de rivier de Lena in Rusland. Dat is korter dan het Nederlands record. Een vis komt alleen op de lijst van IGFA als hij daar is aangemeld en goedgekeurd.
Langste op een recordlijst
153,67 cm
De langste snoek die we op een officiële recordlijst vonden, is 153,67 cm (60,5 inch). Gary Weber ving hem in 2004 in Apisko Lake, een afgelegen meer in de Canadese provincie Manitoba. Het is het record op de Master Angler-lijst van Travel Manitoba, het toeristenbureau van de provincie (Hunt Fish Manitoba). Die lijst kijkt alleen naar lengte. Je stuurt een foto in van de hele vis, plat op een meetlat of meetplank, van de punt van de kop tot de punt van de staart. Een gewicht noemt de lijst niet.
Online lees je vaak dat de langste snoek 152 cm lang was en 28 kilo woog. Die getallen stonden van 2013 tot 2017 zonder bron op de Engelse Wikipedia en zijn daar weggehaald.
De legende
5,70 m
Het beroemdste verhaal over een reuzensnoek komt uit 1497. In een meer bij Kaiserslautern zou een snoek zijn gevangen van 5,70 meter en 350 pond. Om zijn nek zat een koperen ring. Daarop stond dat keizer Frederik II de vis in 1230 zelf had uitgezet. Dan was de snoek 267 jaar oud. In Heilbronn werd hetzelfde verhaal verteld, over een meer bij die stad.
Eeuwenlang schreven geleerden het na als waar gebeurd. Het klopt niet. Twee dagen voor de datum op de ring was de keizer in Zuid-Italië (Wikipedia). En 5,70 meter is bijna vier keer zo lang als de langste snoek hierboven. Volgens FishBase wordt een snoek ook hooguit zo'n 30 jaar oud.
Records per land
Elk land houdt een eigen lijst bij, met eigen regels. De ene lijst kijkt naar lengte, de andere naar gewicht. De getallen zijn dus niet altijd te vergelijken.
| Land | Record | Visser | Water | Datum | Lijst |
|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | 138 cm | Siegfried Schön | — | 13 okt 2019 | Sportvisunie |
| Canada (Manitoba) | 153,67 cm (60,5 in) | Gary Weber | Apisko Lake | 2004 | Travel Manitoba |
| Denemarken | 22,16 kg | Per Krarup | een meer op Seeland | 19 sep 2017 | Danske Fiskerekorder |
| Denemarken | 133 cm | Daniel Stormly | een meer op Seeland | 21 mei 2025 | Danske Fiskerekorder |
| Duitsland | 25 kg | Lothar Louis | baggerplas bij Bühl | 12 okt 1986 | Fisch & Fang |
| Finland | 132 cm | — | Ähtärinjärvi | 1 okt 2024 | Ennätyskalarekisteri |
| Ierland | 19,39 kg (42 lb 12 oz) | Larry Kelly | White Lough | 25 sep 2005 | ISFC |
| Polen | 20,80 kg · 130 cm | Marian Palawczyk | — | 1970 | Wiadomości Wędkarskie |
| Verenigd Koninkrijk | 21,46 kg (47 lb 5 oz) | Lloyd Watson | Chew Valley Lake | 2024 | BRFC |
| Zweden | 21,07 kg · 128 cm | Fredrik Johansson | Vättern | 1 apr 2016 | Sportfiskarna |
| Zwitserland | 22 kg · 137 cm | Eros Pelli | Meer van Lugano | 24 mei 2003 | Petri-Heil |
Een streepje betekent dat de lijst het niet vermeldt. Gecontroleerd op 26 september 2026. Een record kan elk moment worden verbroken. Daarom controleren we deze lijsten minstens één keer per jaar.
In Nederland
De snoek komt in bijna al ons zoete water voor: de sloten en vaarten van de polder, de plassen en meren, de kanalen en de grote rivieren. Alleen in zout water vind je hem niet. Ook een smalle poldersloot kan een grote snoek hebben: hij heeft dekking en voedsel nodig, geen ruimte. Wereldwijd gaat het goed met de soort: op de Rode Lijst van de IUCN staat de snoek als niet bedreigd (Least Concern).
De snoek hoort bij stilstaand of langzaam stromend water met planten: meren, plassen, sloten, de luwe delen van een rivier. In een snelle, kale stroom vind je hem zelden. In Nederland geldt hij daarom ook als graadmeter voor helder, plantenrijk water. Hoe dat in onze eigen data terugkomt, en waar het niet klopt, lees je onderaan deze pagina.
Wil je een snoek meenemen? Kijk dan eerst bij gesloten tijd voor snoek. Daar staan de minimummaat en de regel dat je op veel wateren elke snoek moet terugzetten.
Wat onze modellen laten zien over Snoek
Hieronder staat wat onze modellen in de data zien. Het zijn verbanden: waar het één voorkomt, komt het ander vaker voor. Dat is geen oorzaak. Elk model beantwoordt één vraag en mag niet meer zeggen dan het gemeten heeft. Het label bij de kop zegt welke vraag — en hoe zeker het antwoord is.
Waar er veel van zitten Groep, geen volgorde Zwak model
Waterkaardefamilie (Hydrocharitaceae)Veel snoek hoort bij water vol planten. De waterkaardefamilie (Hydrocharitaceae) staat in dat beeld — krabbenscheer en kikkerbeet — met schermbloemigen op de oever (Apiaceae) en kleine waterslakjes (Hydrobiidae). Waar groenwieren uit de familie Oocystaceae het water bepalen, tellen we juist minder snoek.
Dat is precies de tweedeling die onderzoekers al veertig jaar beschrijven. Een ondiep meer kan helder zijn, met waterplanten, snoek en baars. Of troebel, met algen en brasem. Het schuift niet langzaam van de ene kant naar de andere. Elke toestand houdt zichzelf vast, tot het meer omslaat. Daarna houdt de nieuwe toestand zich net zo goed vast. Daarom is omkeren zo lastig. In Nederland is die kennis gebruikt om meren te herstellen: snoek en waterplanten gelden er als de meetlat voor helder water.
Ons model wist dat niet. Het kreeg alleen te zien waar snoek gevangen is en wat er verder in dat water leeft. Vanaf de plantenkant komt het bij dezelfde tweedeling uit.
Één ding klopt er niet mee, en dat is het vermelden waard. Niet alle algen wijzen dezelfde kant op: bij blauwalgen uit de familie Nostocaceae tellen we juist méér snoek. Daar hebben we geen verklaring voor gevonden.
Waar ze groot worden Zwak model
Driehoeksmosselen (Dreissenidae)Dit model herkent water met grotere snoek maar net iets vaker dan toeval. Neem het licht op.
Het duidelijkste signaal is kolblei: waar veel kolblei zit, is de snoek gemiddeld kleiner. Dat is dezelfde tweedeling als hierboven, nu gemeten aan de vis in plaats van aan de planten — brasemachtigen horen bij troebel water. Bovenaan staat een klein slakje uit de familie Acroloxidae, dat op planten en stenen leeft; ook aan de kleine kant. Daar vonden we geen literatuur over.
Omgekeerd: waar driehoeksmosselen (Dreissenidae) op de bodem liggen, vang je gemiddeld grotere snoek. Driehoeksmosselen filteren het water en maken het helderder. Of de snoek daardoor groter wordt, hebben wij niet gemeten. Het is een aannemelijke verklaring, meer niet.