Ga naar inhoud

Marmergrondel

Proterorhinus marmoratus

Gobiidae Seizoen open

Herkenning

De marmergrondel is de kleinste van de drie Ponto-Kaspische grondels in Nederland, met een lengte van 8 tot 12 cm. Het lichaam is slank en lichtbruin met een karakteristiek gemarmerd patroon van donkere vlekken — vandaar de naam. Het meest onderscheidende kenmerk zijn de buisvormig verlengde neusgaten die als kleine tentakels boven de bovenlip uitsteken. De kop is relatief klein en afgerond. Zoals alle grondels heeft hij vergroeide buikvinnen die een zuignap vormen. Het verschil met de andere grondels: de marmergrondel is kleiner, slanker en heeft de opvallende buisneusgaten.

Gedrag & leefwijze

De marmergrondel is een bodemvis die leeft tussen stenen, stortsteen en oevervegetatie in zowel stromend als stilstaand water. Hij voedt zich met kleine ongewervelden: wormen, muggenlarven, vlokreeftjes en slakken. De soort is minder aan hard substraat gebonden dan de zwartbekgrondel en wordt ook in zachter habitat aangetroffen — overgangsgebieden tussen rivier en polder. In de paaitijd plakt het vrouwtje eitjes onder stenen, die door het mannetje worden bewaakt. De marmergrondel is oorspronkelijk afkomstig uit de benedenlopen van rivieren rond de Zwarte Zee.

In Nederland

De marmergrondel is de derde Ponto-Kaspische grondelsoort in Nederland, naast de zwartbekgrondel en de Pontische stroomgrondel. Hij is rond 2002 voor het eerst waargenomen en komt voor in de grote rivieren en hun vertakkingen. Van de drie invasieve grondels is de marmergrondel de minst talrijke en de minst agressieve. De impact op inheemse bodemvissen is waarschijnlijk kleiner dan die van de zwartbekgrondel, maar de soort bezet wel dezelfde schuilplaatsen als de beschermde rivierdonderpad.

Data-inzichten

Wat onze modellen laten zien over Marmergrondel

Hoe je dit leest

Hieronder staat wat onze modellen in de data zien. Het zijn verbanden: waar het één voorkomt, komt het ander vaker voor. Dat is geen oorzaak. Elk model beantwoordt één vraag en mag niet meer zeggen dan het gemeten heeft. Het label bij de kop zegt welke vraag — en hoe zeker het antwoord is.

Waar deze soort leeft Sterk model

Bittervoorn (Rhodeus amarus)Bittervoorn (Rhodeus amarus)

Bovenaan staat de roofblei, daarna de bittervoorn, de winde en de modderkruipers. Dat is een mengsel: de roofblei en de winde zijn riviervissen, de bittervoorn en de modderkruiper horen bij stille, begroeide hoekjes.

Die combinatie past bij een vis van de luwte lángs de rivier: oude armen, havens en begroeide oevers, vlak naast het grote water.

Verderop staan Amerikaanse rivierkreeften (Cambaridae), de alver, pluimdragers (Valvatidae), de Aziatische korfmossel (Cyrenidae), aasgarnalen (Mysidae), Bithynia-slakken en watermijten uit de familie Unionicolidae, die in zoetwatermosselen leven. Ook organisch materiaal en voedselrijkdom tellen mee.

Let op: wij hebben twee marmergrondels in onze gegevens, en ze heten allebei hetzelfde. De andere kolom staat in dít model als kenmerk, waardoor de soort zichzelf lijkt te voorspellen. Dat ligt aan onze namen, niet aan de vis.