Ga naar inhoud

Rivierdonderpad

Cottus perifretum

Cottidae Seizoen open

Herkenning

De rivierdonderpad is een kleine, gedrongen bodemvis van 8 tot 15 cm met een opvallend brede, afgeplatte kop die bijna een derde van het lichaam uitmaakt. Het lichaam is naar achteren taps toelopend en schubbloos — de huid voelt glad en slijmerig aan. De kleur is bruin tot grijsbruin met donkere marmeringen die uitstekende camouflage bieden op stenen en grind. De borstvinnen zijn groot en waaiervormig, aangepast om zich op de bodem te verankeren in stroming. De soort heeft twee rugvinnen en een grote, ronde bek. Niet te verwarren met grondels, die zichtbaar geschubde lichamen hebben.

Gedrag & leefwijze

De rivierdonderpad is een territoriale bodemvis die leeft onder stenen, tussen stortstenen en in spleten van harde oeverbescherming. Overdag zit hij roerloos verscholen; pas in de schemering wordt hij actief. Hij jaagt op kleine ongewervelden: vlokreeftjes, muggenlarven en waterpissebedden. De soort is sterk gebonden aan hard substraat — stenen, grind, stortsteen — en ontbreekt op zachte, modderige bodems. In het voorjaar bewaakt het mannetje een nestholte onder een steen waar het vrouwtje de eitjes tegen het plafond heeft geplakt.

In Nederland

De rivierdonderpad is beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn (Bijlage II). In Nederland komt hij voor in de grote rivieren (Rijn, Maas, IJssel), hun nevengeulen, en in kanalen en beken met hard substraat. De soort profiteert van oeverbescherming met stortsteen langs rivieren en kanalen — ironisch genoeg biedt deze menselijke ingreep uitstekend habitat. Populaties staan echter onder druk door watervervuiling en concurrentie met invasieve grondels (zwartbekgrondel, marmergrondel) die dezelfde schuilplaatsen bezetten. De donderpad heeft geen betekenis voor de sportvisserij.

Data-inzichten

Wat onze modellen laten zien over Rivierdonderpad

Hoe je dit leest

Hieronder staat wat onze modellen in de data zien. Het zijn verbanden: waar het één voorkomt, komt het ander vaker voor. Dat is geen oorzaak. Elk model beantwoordt één vraag en mag niet meer zeggen dan het gemeten heeft. Het label bij de kop zegt welke vraag — en hoe zeker het antwoord is.

Waar deze soort leeft Sterk model

Driedoornige stekelbaars (Gasterosteus aculeatus)Driedoornige stekelbaars (Gasterosteus aculeatus)

Dit is wél het beekbeeld. Bovenaan de driedoornige stekelbaars en de riviergrondel, daarna de weidebeekjuffer (Calopterygidae) en vlokreeften (Gammaridae). Verderop de kopvoorn, watermijten uit de familie Sperchontidae, het bermpje, kriebelmuggen (Simuliidae) en kokerjuffers uit de familie Psychomyiidae.

Ook planten en schelpdieren van stromend water staan erin: paardenstaarten (Equisetaceae) en erwtenmosselen (Sphaeriidae).

Nu het lastige. Wij hebben twéé donderpadkolommen in onze gegevens, en in het Nederlands heten ze allebei rivierdonderpad. De andere kolom (Cottus gobio) staat in dít model als kenmerk. Op de kaart lijkt de soort zichzelf dus te voorspellen, en dat is een gebrek van onze naamgeving, niet van de vis.

De twee modellen beschrijven trouwens ander water: dit is de beek, het andere is groot laaglandwater. Volgens FishBase leeft de donderpad in allebei.

Waar er veel van zitten Zwak model

Watermijten (Oxidae)Watermijten (Oxidae)

Dit model is zwak en één kenmerk komt boven de drempel uit: watermijten uit de familie Oxidae. Waar er meer van die mijten zitten, tellen we meer donderpad. Verder zegt dit model niets.