Herkenning
De driedoornige stekelbaars is een van de kleinste vissen in Nederlandse wateren — volwassen exemplaren meten gemiddeld slechts 5 tot 8 cm. Kenmerkend zijn de drie scherpe stekels op de rug (vandaar de naam) en de benige zijplaten die het lichaam als een pantser beschermen. Buiten de paaitijd is de vis zilvergrijs met een lichtere buik. In het voorjaar kleurt het mannetje spectaculair: een felrode keel en buik, blauwgroene ogen en een zilverige rug. Niet te verwarren met de tiendoornige stekelbaars, die iets kleiner is en meer (kleinere) stekels heeft.
Gedrag & leefwijze
De stekelbaars leeft van kleine ongewervelden: muggenlarven, waterwormen, watervlooien en dafnia. Hij jaagt op zicht en is overdag het meest actief. Beroemd is het paaigedrag: het mannetje bouwt in het voorjaar een nesje van plantenmateriaal op de bodem, lokt vrouwtjes met een zigzagdans, en bewaakt de eitjes agressief — zelfs tegen veel grotere vissen. Na het broeden sterven veel volwassen dieren. De stekelbaars is een sleutelprooi voor vrijwel alle roofvissen in Nederland: snoek, baars en snoekbaars jagen er intensief op.
In Nederland
De driedoornige stekelbaars is de meest verspreide vis van Nederland. Hij komt voor in werkelijk elk watertype: sloten, vijvers, kanalen, havens, beken, rivieren, polderwater en zelfs brak water. Met tienduizenden waarnemingen in monitoringsdata is hij een indicator voor de algehele watergezondheid. De stekelbaars heeft geen gesloten tijd en geen minimummaat — hij is geen doelvis voor hengelaars, maar speelt een cruciale rol in het voedselweb als belangrijkste prooidier voor roofvissen.
Wat onze modellen laten zien over Driedoornige stekelbaars
Hieronder staat wat onze modellen in de data zien. Het zijn verbanden: waar het één voorkomt, komt het ander vaker voor. Dat is geen oorzaak. Elk model beantwoordt één vraag en mag niet meer zeggen dan het gemeten heeft. Het label bij de kop zegt welke vraag — en hoe zeker het antwoord is.
Waar deze soort leeft Groep, geen volgorde Sterk model
Gewone garnaal (Crangonidae)In deze lijst staan twee soorten water door elkaar. Aan de zoete kant: de riviergrondel, het bermpje, de karper en vlokreeften (Gammaridae). Aan de zoute kant: de gewone garnaal (Crangonidae), de gewone zeedonderpad, de schar, de grauwe poon, zeenaalden (Syngnathidae) en de bot.
En het zoutgehalte zelf staat er ook in. Dat is hier geen vreemde eend, maar de biografie van de vis. FishBase noemt de driedoornige stekelbaars een trekvis van zout, zoet en brak water, met veel populaties die het hele leven in zoet of brak water blijven, en zet de volwassen dieren in zoet water, riviermondingen én de kustzee.
Daarom traint dit model ook op allebei. Maar drie van onze modellen doen dat: de forel, de spiering en deze. Verder staan er zware metalen en organisch materiaal in, plus borstelwormen (Naididae) en muggenlarven (Chironomidae) — en de tiendoornige stekelbaars.
Waar er veel van zitten Groep, geen volgorde Sterk model
Rode kornoelje (Cornaceae)Bij veel driedoornige stekelbaars horen de rode kornoelje (Cornaceae) langs de oever, grote poelslakken (Lymnaeidae), watermijten uit de familie Oxidae en kiezelwieren uit de familie Stauroneidaceae.
Minder stekelbaars tellen we bij watermijten uit de familie Pionidae, kokerjuffers uit de familie Hydropsychidae — die stroming nodig hebben — bij zeggen en biezen (Cyperaceae), de meermuts (Acroloxidae) en de waterspin (Dictynidae), de enige spin die onder water leeft. Op de pagina van de tiendoornige stekelbaars staat die waterspin aan diezelfde kant.