Heek
Merluccius merluccius
Herkenning
De heek heeft een langgerekt, zilvergrijs lichaam met een grote kop en opvallend grote bek. De bek is voorzien van scherpe tanden in meerdere rijen — typisch voor een actieve jager. De rug is donkergrijs, de buik wit. De heek heeft twee rugvinnen: een korte eerste en een lange tweede. Opvallend is de zwarte mondholte. Heek wordt tot 140 cm, maar is in de Noordzee doorgaans 40 tot 80 cm.
Gedrag & leefwijze
De heek is een semi-pelagische rover die overdag dicht boven de bodem leeft op 100 tot 500 meter diepte. 's Nachts stijgt hij op naar ondieper water om te jagen op haring, sardien en andere kleine vis. Hij bijt agressief toe en is een krachtige vechter aan de lijn. De heek prefereert zachte, modderige bodems in diepere wateren ten westen van de Britse Eilanden en in de Golf van Biskaje.
Vistechnieken
De heek wordt zelden gericht bevist door Nederlandse sportvissers:
- Diepzeevissen: Met pilkers en paternoster op diepten van 80+ meter, voornamelijk op bootcharters in het Kanaal.
- Aasvis op de bodem: Stukken vis of hele kleine visjes op een bodemtuig.
In Nederland
De heek is commercieel een van de belangrijkste vissoorten in Europa en staat op elke viskaart als merluza, merlu of hake. In de Nederlandse sportvisserij is hij echter een zeldzame vangst, omdat de soort voornamelijk in diepere wateren ten zuiden en westen van de Noordzee leeft. Incidenteel wordt heek gevangen bij diepzee-boottochten. Het witte, malse vlees is culinair zeer gewaardeerd.
Upgrade naar Explorer om de beste visplekken voor deze soort te zien.
Seizoenspatronen
Upgrade om seizoensgebonden vangstpatronen voor deze soort te zien.
Belangrijkste voorspellers
Upgrade om de belangrijkste voorspellers en statistische inzichten voor deze soort te zien.