Herkenning
De trompetterzeenaald wordt 25 tot 35 cm lang en onderscheidt zich door een diepe, zijdelings afgeplatte snuit die breder is dan bij andere zeenaalden. Het lichaam is bedekt met benige ringen. Kleur groenbruin tot olijfgroen, vaak met lichtere strepen.
Leefwijze
Leeft in dichte zeegrasvelden in ondiepe kustwateren. Voedt zich met kleine kreeftachtigen die hij opzuigt. Het mannetje draagt de eieren. Meer gebonden aan zeegras dan andere zeenaalden.
In Nederland
Komt voor in gebieden met zeegrasbegroeiing, zoals de Oosterschelde en Grevelingen. Door achteruitgang van zeegras lokaal kwetsbaar.