Herkenning
De gevlekte gladde haai is een slanke, soepele haai die tot ruim anderhalve meter lang kan worden. De rug is egaal grijs tot grijsbruin met een crèmewitte buik, en over de bovenzijde — rug, flanken en de bovenkant van de borstvinnen — liggen talrijke kleine, heldere witte stervormige vlekjes. Anders dan bij de doornhaai staat er géén stekel voor de rugvinnen en is er wel een aarsvin aanwezig. De snuit is vrij lang en stomp, het oog horizontaal ovaal. In de bek zitten geen snijtanden maar vlakke maalkiezen.
Gedrag & leefwijze
Die maalkiezen verraden het dieet: dit is vooral een krabbeneter, die met de snuit omlaag over zand- en grindbodems speurt en zijn prooi kraakt in plaats van snijdt. Daarnaast staan garnalen en andere kreeftachtigen op het menu. De soort komt in de zomer in scholen naar ondiep kustwater en trekt in de winter naar dieper water. De jongen worden levend geboren: zeven tot vijftien per worp, en bij de geboorte al zo'n dertig centimeter groot.
In Nederland
De gevlekte gladde haai lijkt in de zuidelijke Noordzee de laatste jaren toe te nemen, maar staat op de Rode Lijst van de IUCN als gevoelig. Het ondiepe kustwater, de Voordelta en de Oosterschelde fungeren als kraamkamer, waardoor je hier in de zomermaanden regelmatig jonge dieren aantreft. Dat maakt de soort juist gevoelig: wie hier vist, vist boven een kinderkamer. VisScanner markeert hem als terugzetsoort. Hij is volstrekt ongevaarlijk — met die maalkiezen kan hij geen beet uitdelen — dus houd hem horizontaal, ondersteun de buik en zet hem vlot terug.