Herkenning
De doornhaai is een slanke haai die doorgaans rond de meter meet en uitzonderlijk twee meter haalt. De rug is leigrijs met een zweem paars-roze over de flank, overgaand in een witte buik, met een losse strooiing kleine witte vlekken over de bovenkant. Twee kenmerken maken hem onmiskenbaar: vóór elke rugvin staat een korte, scherpe stekel, en tussen de tweede rugvin en de staart ontbreekt de aarsvin volledig. Het oog is groot, rond en vrijwel geheel zwart, met slechts een dunne lichte rand.
Gedrag & leefwijze
Doornhaaien leven in scholen die soms uit honderden dieren bestaan en zich vaak op leeftijd en geslacht sorteren. Ze jagen door de waterkolom en vlak boven de bodem op haring, sprot, zandspiering, inktvis en kreeftachtigen. De soort is een uiterste van traag leven: hij wordt pas na ruim tien jaar volwassen, kan enkele decennia oud worden en draagt zijn jongen bijna twee jaar — achttien tot vierentwintig maanden, de langste draagtijd van alle haaien en roggen. Daardoor herstelt een aangetaste populatie extreem langzaam.
In Nederland
Op de Rode Lijst van de IUCN staat de doornhaai als kwetsbaar. Hij was ooit talrijk in de Noordzee en is door bevissing sterk teruggelopen; tegenwoordig is hij bij ons een stuk schaarser. De regels rond deze soort zijn de afgelopen jaren veranderd en lopen tussen bronnen uiteen — van een nulvangst zonder enige aanlanding tot een beperkte vangst met een maximummaat. Omdat die onduidelijkheid in het nadeel van de vis uitvalt, hanteert VisScanner de voorzichtige lijn: behandelen als terugzetsoort. Pas op de rugstekels bij het onthaken en zet de vis snel terug.