Herkenning
De sterrog is een compacte rog die tot ruim een meter lang wordt, met een korte, stomp toelopende snuit en vrij ronde vleugelpunten. De rug is warm tan tot oranjebruin, zacht gevlekt in donkerder en lichter bruin. Zijn handtekening zijn de doornen: groot en dicht opeen, elk op een brede platte voet met fijne ribbels die als een rozetje uitstralen — vandaar de naam. Van de nek tot de eerste rugvin loopt een regelmatige rij van dertien tot zeventien grote doornen. Die doornen zijn duidelijk lichter, bijna ivoorwit, waardoor de rij over de rug tegen het bruin afsteekt. De ogen zijn klein maar steken onder een verhoogde wenkbrauwboog iets boven de schijf uit.
Gedrag & leefwijze
Dit is een koudwatersoort die in de Noordzee vooral in het diepere, noordelijke deel leeft, vooral op zand- en slibbodems. Hij eet kreeftachtigen, borstelwormen en kleine vissen die hij van de bodem opraapt. Net als de andere roggen legt de sterrog eikapsels op de bodem. De soort groeit traag en wordt laat volwassen.
In Nederland
De sterrog is bij ons een soort van het diepere, noordelijke water en is aan de kust zeldzaam. Op de Rode Lijst van de IUCN staat hij als kwetsbaar, en van alle soorten op deze lijst heeft hij de strengste status: hij staat op de lijst van verboden soorten voor de Uniewateren van ICES-gebied 4 en 7d — precies het gebied waar de Nederlandse Noordzee onder valt. Er mag dus niet gericht op gevist worden en hij mag niet worden aangeland, ook niet als bijvangst. Vang je er een, zet hem dan onmiddellijk en zo ongedeerd mogelijk terug.