Ga naar inhoud

Kabeljauw

Gadus morhua

Gadidae Seizoen open

Herkenning

De kabeljauw is een forse, krachtige vis die tot 200 cm kan worden, hoewel de meeste vangsten tussen 30 en 60 cm liggen. Het lichaam is gespierd en torpedovormig met drie rugvinnen en twee aarsvinnen — kenmerkend voor de kabeljauwfamilie (Gadidae). De kleur varieert van groenbruin tot grijsbruin met donkere vlekken op de flanken. Het meest opvallende kenmerk is de stevige kinbartel aan de onderkant van de kin. De zijlijn is licht gekleurd en maakt een opvallende bocht ter hoogte van de borstvinnen. De bek is groot met de bovenkaak die voorbij de onderkaak uitsteekt.

Gedrag & leefwijze

De kabeljauw is een alleseter en opportunist die bij de bodem leeft maar ook in de waterkolom jaagt. Hij voedt zich met krabben, garnalen, wormen, schelpdieren en vis — van sprot en haring tot kleine platvissen. Volwassen kabeljauw is een actieve predator die in scholen trekt. De soort leeft in de koude wateren van de Noordzee op dieptes van 20 tot 200 meter, met een voorkeur voor watertemperaturen onder 12°C. De kabeljauw paait in het vroege voorjaar (februari–april) in dieper water, waarna de larven met de stroming naar kustwateren drijven.

Vistechnieken

Kabeljauw is een van de meest begeerde doelvissen voor zeehengelaars. Vanaf een boot is pilken de klassieke methode — een zware metalen pilker die bij de bodem op en neer wordt bewogen. Vanuit havens, pieren en strandhoofden is een bodemtuig met een paternoster effectief. Als aas werken reepjes makreel, garnaal, zeepier en zager uitstekend. Kabeljauw is een gulzige eter die het aas zonder aarzeling pakt. De beste perioden zijn de herfst en winter (oktober–maart), wanneer kabeljauw dichter onder de kust komt. Een stevige zeehengel is aan te raden — grotere exemplaren vechten krachtig.

In Nederland

De kabeljauw is een iconische Noordzeevis met eeuwenlange culturele en economische betekenis. De commerciële bestanden in de Noordzee staan echter al decennia onder druk door overbevissing en stijgende zeewatertemperaturen — kabeljauw is een koudwatersoort die naar het noorden opschuift. Voor de sportvisserij is kabeljauw nog steeds te vangen vanaf de kust en vanaf boten op de Noordzee, vooral in de wintermaanden. Er gelden vangstlimieten vanuit de EU voor de recreatieve visserij. De teruggang van de kabeljauw is een van de meest besproken visserijkwesties in Europa.

Data-inzichten

Wat onze modellen laten zien over Kabeljauw

Hoe je dit leest

Hieronder staat wat onze modellen in de data zien. Het zijn verbanden: waar het één voorkomt, komt het ander vaker voor. Dat is geen oorzaak. Elk model beantwoordt één vraag en mag niet meer zeggen dan het gemeten heeft. Het label bij de kop zegt welke vraag — en hoe zeker het antwoord is.

Waar deze soort leeft Sterk model

Haring (Clupea harengus)Haring (Clupea harengus)

Het zwaarste kenmerk in dit model is de haring: bijna een vijfde van het model hangt eraan. Tel daar sprot en wijting bij op en je zit op ruim een derde.

En toch zeggen die drie weinig over wáár de kabeljauw zit. Haring, sprot en wijting zitten in het grootste deel van de Noordzee, ook in zeeën waar wij geen kabeljauw vinden. Een kenmerk dat overal is, scheidt niets van niets. Zwaar meewegen en iets zeggen zijn twee verschillende dingen.

Twee namen doen het wél, al is het net aan: de dwergbolk en de lange schar. Allebei kleine bodemvissen, en samen goed voor nog geen tiende van het model. Dat is de hele lijst die kabeljauwwater van ander zeewater onderscheidt.

Dat past bij de vis. Kabeljauw leeft in allerlei water, van de vloedlijn tot het continentaal plat. Een vis die overal zit, is moeilijk aan één soort water te koppelen, en dat zie je in dit model terug.

Waar er veel van zitten Groep, geen volgorde Zwak model

Gewone zeester (Asteriidae)Gewone zeester (Asteriidae)

Bij veel kabeljauw horen de gewone zeester (Asteriidae), de wulk (Buccinidae), de strandkrab (Carcinidae) en de wijde mantel, een mantelschelp (Pectinidae). Minder kabeljauw tellen we waar de slangster (Ophiuridae), de zeemuis (Aphroditidae) en de wortelmondkwal (Rhizostomatidae) zitten.

Twee stekelhuidigen staan tegenover elkaar. De gewone zeester hoort bij veel kabeljauw, de slangster juist bij weinig. Ze leven op dezelfde bodem, maar niet in dezelfde kabeljauwwateren. Waarom, weten we niet.

De strandkrab is ook de moeite waard. Die hoort hier bij méér kabeljauw. Op de pagina van de zeebaars staat dezelfde krab bij mínder zeebaars. Eén dier, twee roofvissen, twee richtingen.

Beste visplekken

De beste visplekken, gekozen uit 1.570 plekken waar deze soort is geregistreerd.

Seizoenspatronen

Per maand: hoe vaak een gemelde vangst deze soort is, vergeleken met het jaargemiddelde van de soort (de stippellijn). We rekenen ten opzichte van alle vangsten in die maand, dus een drukke maand telt niet vanzelf als een beter seizoen.

jaargemiddelde gesloten tijd vissen mag, terugzetten verplicht

Bron: vangstmeldingen op mijnvismaat.nl (Sportvisunie), tot en met 30 september 2026.

Waar de modellen op letten

Upgrade om de belangrijkste voorspellers en statistische inzichten voor deze soort te zien.

Bekijk op kaart

Verwante soorten