Ga naar inhoud
MEER

Veluwemeer

Meer / plas·52.40846, 5.71805·30.2 km²

Gemiddeld 1,9 m diep, op het diepste punt 10 m (bodem onder NAP, gemeten door Rijkswaterstaat in 2012).

21
Geregistreerde vissoorten
83% van NL
Diverser dan
cm
Grootste vangst
Ingemeten
Dieptegegevens
Kaartlagen Specialist

Dit meer heeft een ingemeten dieptekaart, met bodemstructuur en randen.

Gratis voorbeeld: IJsselmeer
Wat betekenen Algemeen / Bijzonder / Zeldzaam / Mythisch?

Het label zegt hoe wijdverspreid een soort is: in welk deel van de Nederlandse meetgebieden hij ooit is gevonden. Het zegt niet hoeveel er hier van zijn. Een soort die maar in een paar gebieden voorkomt, kan daar juist heel talrijk zijn. De gegevens komen uit onderzoek in het water. Een plant van de oever of van het droge land, zoals adelaarsvaren, staat daar maar zelden in. Zo’n plant kan dus “zeldzaam” of “mythisch” heten, ook als hij op het land heel gewoon is. Zoetwatersoorten worden vergeleken met zoete meetgebieden en zeesoorten met zoute. Ruim de helft van alle meetgebieden ligt in zee: afgezet tegen het hele land zou geen zoetwatervis ooit “algemeen” kunnen heten.

Algemeen≥30%Bijzonder10–30%Zeldzaam3–10%Mythisch<3%
Voorn
rutilus rutilus
Algemeenin 91,9% van zoet NL
Geregistreerde vissen2.935
grootste cm
geschikt100%
Zeelt
tinca tinca
Algemeenin 76,1% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt99%
Baars
perca fluviatilis
Algemeenin 91,9% van zoet NL
Geregistreerde vissen393
grootste cm
geschikt100%
Pos
gymnocephalus cernuus
Algemeenin 67,5% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt98%
Kleine modderkruiper
cobitis taenia
Algemeenin 51,5% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt94%
Brasem
abramis brama
Algemeenin 82,3% van zoet NL
Geregistreerde vissen108
grootste cm
geschikt100%
Tiendoornige stekelbaars
pungitius pungitius
Algemeenin 47,2% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt82%
Driedoornige stekelbaars
gasterosteus aculeatus
Algemeenin 56% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt70%
Kolblei
blicca bjoerkna
Algemeenin 69,5% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt95%
Snoekbaars
sander lucioperca
Algemeenin 55,2% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt88%
Bermpje
barbatula barbatula
Algemeenin 36,3% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt81%
Snoek
esox lucius
Algemeenin 88,8% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt100%
Rietvoorn
scardinius erythrophthalmus
Algemeenin 81,6% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt99%
Karper
cyprinus carpio
Algemeenin 53,7% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt73%
Aal
anguilla anguilla
Algemeenin 70,7% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt96%
Alver
alburnus alburnus
Algemeenin 36,9% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt61%
Giebel
carassius gibelio
Bijzonderin 20% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt75%
Rivierdonderpad
cottus gobio
Bijzonderin 12,7% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt70%
Winde
leuciscus idus
Algemeenin 44,6% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt91%
Spiering
osmerus eperlanus
Bijzonderin 11,8% van NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt79%
Roofblei
aspius aspius
Bijzonderin 27,8% van zoet NL
Geregistreerde vissen
grootste cm
geschikt94%
Voedselweb

De voedselketen van het Veluwemeer

In het Veluwemeer zitten opvallend vaak kleine vissen van plantenrijk water. Bij visonderzoek tussen 2004 en 2013 zat de tiendoornige stekelbaars in 13 van de 35 vangsten. Bij vergelijkbaar onderzoek in andere zoete meren zou je hem in nog geen één vangst verwachten. De kleine modderkruiper zat in 15 van de 35 vangsten, waar je er elders ongeveer drie zou verwachten. De driedoornige stekelbaars zat in 18, tegen vier à vijf elders. Zes van de 35 vangsten, uit 2012 en 2013, telden alleen zeelt; daar komen ook de zeelten in de vissenlijst vandaan.

Het mannetje van de tiendoornige stekelbaars bouwt een nest van stukjes plant. De kleine modderkruiper ligt overdag ingegraven in het zand en zeeft zand om eten te vinden: vooral kleine kreeftjes en muggenlarven, bleek uit onderzoek in Polen. In 1.336 van de 1.442 plantenmonsters uit 2003 tot 2012 zaten kranswieren: grote algen die op waterplanten lijken, met kransjes van dunne takjes rond de stengel. Een proefschrift uit 1999, uitgegeven door Rijkswaterstaat, noemt resultaten uit dit meer: in de kranswiervelden zitten vooral kleine modderkruipers en driedoornige stekelbaarzen.

Hieronder staan twee voedselketens uit dit meer. De eerste loopt door de kranswiervelden: stekelbaarzen eten onder meer muggenlarven, en snoekbaars eet driedoornige stekelbaarzen. De tweede loopt via de driehoeksmosselen: die filteren algen uit het water, blankvoorn eet de mosselen, en snoek eet blankvoorn. Onder de figuur staat voor elke pijl de bron.

Een mannetje tiendoornige stekelbaars bij zijn nest, met een kleine modderkruiper op het zand
Voedselketens uit dit meer
Micro-organismenKiezelwierenin 68 van de 117 monsters1992–2003
OngewerveldenMuggenlarvenin 34 van de 36 monsters1987–2010
VisDrie­doornige stekel­baarsin 18 van de 35 vangsten2004–2013
RoofvisSnoekbaarsin 13 van de 35 vangsten2004–2013
Micro-organismenAlgenin 117 van de 117 monsters1992–2003
OngewerveldenDriehoeksmosselenin 22 van de 36 monsters1987–2010
VisBlankvoornin 28 van de 35 vangsten2004–2013
RoofvisSnoekin 18 van de 35 vangsten2004–2013

Wat hier leeft, komt uit monsters en visvangsten in het meer zelf. Een pijl wijst naar wie het eet. Dat komt uit onderzoek elders: de bronnen staan hieronder. Een stippellijn geldt voor een deel van de groep.

Waterplanten

De waterplanten van het Veluwemeer

Onder water is het Veluwemeer grotendeels één groot veld van kranswieren. De Veluwerandmeren, de randmeren langs de Veluwe, hebben samen verreweg de meeste kranswier van Nederland: enkele duizenden hectaren. Dat staat in het besluit dat ze tot Natura 2000-gebied maakt, een Europees natuurgebied. Boven de kranswieren is het water helderder. In de zomer van 1995 maten onderzoekers boven een dicht kranswierveld ongeveer tien keer zo helder water als boven kale bodem. Zij denken dat de kranswieren zwevend slib opvangen en de bodem vasthouden.

Kranswieren zijn normaal pioniers die later plaatsmaken voor andere planten. Hier houden ze al tientallen jaren stand, misschien door het kalkrijke water, schreef Rijkswaterstaat in 2008.

Eén kranswier springt eruit: sterkranswier, met witte, stervormige knolletjes onderaan de plant. Het bestaat al sinds het begin van de ijstijden in dezelfde vorm. Daarom noemen kenners het wel een levend fossiel. Rond 1940 was het de gewoonste waterplant in onze veenplassen met een zandbodem. Later groeide het ook in het jonge Veluwemeer. Na 1970 verdween het bijna overal. In 1989 schreven twee kranswierkenners in het blad Gorteria dat het binnen afzienbare tijd uit Nederland dreigde te verdwijnen. In het Veluwemeer kwam het terug: in 2005 zat het in geen van de 51 plantenmonsters, in 2011 in vier op de tien. Van alle Nederlandse monsters met sterkranswier in onze gegevens komt 17 procent uit dit meer. Alleen de Gouwzee heeft er meer.

Sterkranswier, met de witte, stervormige knolletjes onderaan de plant
Ongewervelden

Mosselen en nieuwkomers

Vanaf 1966 verdween de driehoeksmossel uit het meer. Een proef in 1989 met mosselen uit het IJsselmeer gaf dat jaar veel jongen. Maar in 1990 zette zich nergens een nieuw mosseltje vast, schreef De Levende Natuur in 1992. Rond 1996 kwamen de mosselen toch terug. Dat leidden onderzoekers af uit het aantal kuifeenden, die van mosselen leven. In 2000 konden de mosselen samen elke dag bijna een derde van al het water in het meer filteren, berekende Rijkswaterstaat. In dezelfde tijd werd het water ook buiten de kranswiervelden veel helderder.

Sinds het water weer schoon is, bepalen vooral nieuwe uitheemse soorten wat er op de bodem leeft, schreef Rijkswaterstaat in 2008. Tussen de waterplanten zit nu massaal de slanke aasgarnaal, een klein garnaaltje. Volgens Rijkswaterstaat is dat mogelijk goed voor vis, vooral voor baars. In onze monsters zat hij in 2001 en 2005 in 15 van de 17.

Driehoeksmosselen
Het water

Over dit water

Het Veluwemeer ontstond eind jaren vijftig, toen Oostelijk Flevoland werd drooggelegd. Het ligt tussen de oude kust van de Veluwe, met Harderwijk en Elburg, en de polderdijk. Zo blijft het grondwater van het oude land op peil. Het meer is lang en grotendeels ondiep, met over de hele lengte een vaargeul van ongeveer 100 meter breed. Bij Harderwijk varen boten sinds 2002 over de weg heen, door het aquaduct Veluwemeer. De diepte op de kaart hierboven is gemeten, niet met een model geschat.

Geschiedenis

Ontstaan en geschiedenis

In de eerste jaren was het Veluwemeer helder, met grote velden kranswier. Daarna loosden de stadjes langs het meer steeds meer afvalwater in het meer. Eind jaren zestig waren de kranswieren bijna weg. Vanaf 1971 was het water het hele jaar groen van één blauwalg, Planktothrix agardhii. In de zomer kon je maar 20 centimeter diep kijken.

De waterbeheerders van het Veluwemeer waren pioniers. In 1972 kreeg de rioolwaterzuivering van Elburg als eerste in Nederland een installatie die fosfor uit het afvalwater haalt. In 1979 volgde Harderwijk. Daarna werd het meer elke winter doorgespoeld met fosforarm water uit de polder. Na de koude winter van 1985 verloor de blauwalg terrein, en na die van 1995 op 1996 verdween hij, schrijft Harry Hosper (1997). In onze algenmonsters zat hij na 1993 al niet meer. Helemaal weg is blauwalg niet: het zwemseizoen van 2024 begon met een waarschuwing voor blauwalg bij zeven stranden aan de Flevolandse kant.

Het fosfor daalde snel, maar het water bleef nog jaren troebel. Volgens onderzoekers verdwenen helder water en planten eind jaren zestig bij meer dan 0,20 milligram fosfor per liter. Pas onder de 0,10 kwamen ze overal terug, in de ondiepe delen al eerder. Wind en vissen die in de bodem woelen, hielden het slib waarschijnlijk in beweging.

De blauwalg Planktothrix agardhii onder de microscoop
Vissen

Vissen op het Veluwemeer

Of en waar je op het Veluwemeer mag vissen, staat in de VISplanner.

Bij het visonderzoek van 2004 tot 2011 zaten baars, blankvoorn en pos in bijna elke vangst. Brasem en snoek zaten in bijna twee op de drie vangsten, snoekbaars in bijna de helft en aal in ruim een op de vier. In de vangstmeldingen op mijnvismaat.nl (Sportvisunie) noemen vissers hier vooral snoek, baars, brasem, karper en snoekbaars. Snoek past bij dit meer: volgens FishBase leven volwassen snoeken onder meer in heldere meren met veel planten.

De visstand is in een paar tientallen jaren veranderd. Tot eind jaren tachtig was het in het Veluwemeer en het Wolderwijd samen vooral brasem: 150 tot 200 kilo per hectare. Vanaf 1993 visten beroepsvissers hier met grote netten veel brasem weg, tot het in 1999 niet meer loonde. Een rapport uit 2001 verwachtte dat de visserij de brasem in de Veluwerandmeren zo laag zou houden, “mits de prijs van Brasem niet lager wordt”. Jonge brasem heeft troebel water nodig om goed te overleven, schreef Rijkswaterstaat in 2008; jonge blankvoorn en baars doen het in het heldere water beter. Toen het water in 2002 een tijd troebeler was, namen brasem en blankvoorn sterk toe. Rijkswaterstaat kon dat niet verklaren.

Toen de kranswieren opkwamen, kregen vissen van open water als brasem, pos en spiering minder plek. Blankvoorn en baars kunnen in beide leefgebieden leven, schreef Rijkswaterstaat in 2001. De spiering, op het IJsselmeer een van de gewoonste vissen, zat hier in 2 van de 35 vangsten, waar je er ongeveer 15 zou verwachten. Van pos is volgens Rijkswaterstaat veel minder over, al zit hij nog in bijna elke vangst.

Snoek
Bijzonder

Bijzondere soorten

Het Veluwemeer hoort bij het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren, onder meer vanwege twee kleine bodemvissen. De kleine modderkruiper komt volgens het besluit in het hele gebied algemeen voor, vooral in de ondiepe delen met kranswier. De rivierdonderpad leeft vooral langs de oevers, tussen de stenen van de polderdijken. Bij het visonderzoek zat hij drie keer in het net, alle drie keren bij elektrisch vissen, in 2004 en 2010.

Het bermpje leeft meestal in stromende beken en rivieren met een bodem van grind of stenen, soms ook langs de oevers van meren. Hier zat het in 3 van de 35 vangsten, tussen 2004 en 2007. Bij vergelijkbaar onderzoek in andere zoete meren zou je het bijna nooit verwachten.

Rivierdonderpad

Watersamenstelling
Zuurstofverzadiging
80.9%
Totaal fosfor
0.138mg/l
Totaal stikstof
1.69mg/l
Ammonium
0.373mg/l
Chlorofyl-a
75.1ug/l
Chloride
68.5mg/l
Zink
6.25ug/l
Lood
0.499ug/l
Blauwalg in eerder onderzoek
soms gevonden
geen actuele meting
t.o.v. alle gemonitorde NL-wateren sinds 2015 · 118 meetpunt(en)
Door de jaren
Totaal fosfor0.15 mg/l
Ammonium0.37 mg/l
Chlorofyl-a40.75 ug/l
2009percentiel t.o.v. alle NL-wateren — lager is schoner2025